De Gracieuse 1863 | Page 56

48 NIEUWE BOEKEN.

keer vreezen dat verreweg de meeste onzer Lezeressen teleurgesteld deze bladzijde omslaan; vergeving voor die onwillekeurige deceptie: wij hopen hartelijk het oude “hierna beter” voor haar spoedig te kunnen nakomen.

NIEUWE MUZIEK.

AMSTERDAM, Maart 1863.

Voor vier handen. SPINDLER, op. 136, 6 Sonatinen No. 1. mit russischen

Volkslied. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 1,25.

” ” ” ” 2. mit Serenade. . ” 1,25.

” ” ” ” 3. mit Jagdstuck. . ” 1,25.

Voor twee handen. ASCHER, op. 110, la Source limpide Rêverie étude. . . . . 1,––.

” ” ” op. 111, Chasse aux pavillons Capice Scherzo . 1,––.

” ” ” J. EGGHARD, op. 119, Cousin et Cousine, Schottisch . . 1,––.

” ” ” op. 120, la petite causense, morceau gracieux . 1,––.

” ” ” op. 121, Un doux regard, morceau mélodieux . 1,––.

” ” ” R. FAVARGER, op. 17, Simplette, Melodie. . . . . . . . . . . . 0,80.

” ” ” JUNGMAN, op. 172, Gesang der Elfen, Tonstück . . . . . . 1,––.

” ” ” op. 173, das Dorfglöckchen, Jdylle. . . . . . . . . . . . 1,––.

” ” ” KAFKA, op. 87, la Rose d’Espagne, Bolero. . . . . . . . . . . . . 1,––.

” ” ” B. RICHARDS, op. 69, Morgendämmerungs-stimmen. . 1,––.

” ” ” op. 71, der Vöglein Abendlied . . . . . . . . . . . . . . . . ” 0,90.

” ” ” H. SUTTER, op. 32, la Melancholie Grande Etude. . . . . . 1,40.

” ” ” op. 42, Auf Flugeln des Gesanges . . . . . . . . . . . . . ” 0,80.

” ” ” op. 43, Obitt’euch liebe Vögelein. . . . . . . . . . . . . . ” 0,80.

” ” ” op. 44, das Veilchen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ” 0,80.

” ” ” WALLACE, Une fleur de Pologne Mazurka. . . . . . . . . . . . 0,90.

” ” ” Victoire, Mazurka . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1,––.

” ” ” E. WEISSENBOM, op. 37, Reiselieder Walzer. . . . . . . . . . 0,90.

SPINDLER’S Sonatinen voor vier handen, kunnen wij zeer aanbevelen, daar deze zeer melodieus zijn.

De twee stukjes van ASCHER zijn in modernen Salonstijl geschreven.

EGGHARD’S compositiën zijn van andere gehalte, deze zijn liefelijker in melodie en vereischen dat dezelve zeer gracieus gespeeld worden, vooral No. 2.

KAFKA, op. 87, is van vrolijker aard en in bolerostijl geschreven.

Eene schoone Etude vinden wij in SUTTER op. 32, en tevens zeer elegante transcripties van drie bekende liederen in op. 42, 43 an 44, van denzelfden componist.

Verder twee allerliefste Mazurka’s in Salonstijl, die echter niet te zwaar zijn; en om te sluiten een aangename Wals.