De Gracieuse 1863 | Page 357

1 regt, 1 naatje, 2 regt, omslaan, over-halen, 1 verdraaid.

3de toer. Afhalen, 2 regt, omslaan, overhalen, 4 regt, 1 verdraaid.

4de toer. Afhalen, 6 regt, omslaan, overhalen, 1 verdraaid.

5de toer. Afhalen, 2 regt, omslaan, overhalen, 4 regt, 1 verdraaid.

2 strengen chamois-koordzijde; 1 mas witte en 1 mas zwarte kralen No. 4; 130 Ned. duim zwart en wit zijden koord; een lapje wit taf van 11 Ned. duim lang en 16 breed, en een stukje carton.

Men zet 12 kettingsteken op, en werkt daarop, teruggaande, 12 stokjes. In den laatsten der 12 eerste steken werkt men 5 stokjes, vervolgens 11 stokjes, en in den twaalfden steek 5 stokjes. Op deze wijze worden er nog 6 toeren gewerkt. (Aan het begin en het einde van deze laatste toeren meerdert men eenige steken, zoodat het werk vlak blijft.) Hiermede is de bodem van het zakje gevormd. Dan werkt men, zon-der meerderen, 3 toeren stokjes. Daarna * 1 stokje, 7 kettingsteken in den vijf-den steek van den voorgaanden toer gestoken *; herhaal van * tot * den geheelen toer; vervolgens 1 toer stokjes (deze twee laatste toeren worden 2 maal herhaald; doch men steekt in deze toe-ren in plaats van in den vijfden in den achtsten steek); alsdan nog 3 toeren stokjes; waarna de zak is afgehaakt.

6de toer. Afhalen, 6 regt, omslaan, overhalen, 1 verdraaid.

7de toer. Afhalen, 2 regt, omslaan, overhalen, 4 regt, 1 verdraaid.

8ste toer. 4 afkanten, 2 regt, omslaan, overhalen, 1 verdraaid.

Men herhaalt telkens van den 1sten toer af.

De garnering der kralen geschiedt als volgt. Men hecht den draad van onderen aan een der stokjes van de derde rij gaatjes, rijgt 12 zwarte kra-len aan, en bevestigt ze aan het vol-gende stokje; zoo werkt men de geheele rij langs. Vervolgens hecht men den draad aan den middensten toer van de 3 toeren stokjes die het laatst gewerkt zijn; rijgt dan 20 witte kralen aan, welke aan het achtste stokje bevestigd worden; zoo de geheele toer. Daarna wordt de draad weder gehecht aan een der stokjes tusschen de witte slingers; men rijgt alsdan 20 zwarte kralen aan en bevestigt deze tusschen den volgen-den slinger, zoodat beide slingers over elkander hangen.

Dan naait men den wit zijden zak, die 11 Ned. duim lang, 16 Ned. duim breed en van boven van eene schuif voorzien is, aan de binnenzijde van het gehaakte zakje; waarna de koorden door de schuif geregen en van kwastjes of kralen voorzien worden.

Om den bodem vlak te houden, naait men er een met witte zijde overtrokken stukje carton in.

HANDWERKEN EN MODES. 89

WERKZAKJE.

(Haakwerk).