De Gracieuse 1863 | Page 334

minderen, 1 regt, minderen *, herhaal van * tot * 20 maal; omslaan, 3 regt, omslaan, minderen, 2 regt; witte rand; rand.

32ste toer. Rand; witte rand; 1 ave-regts, minderen, * omslaan, 5 averegts, omslaan, 3 averegts te zamen breijen *, herhaal van * tot * 20 maal; omslaan, 5 averegts, omslaan, minderen, 1 ave-regts; witte rand; rand.

33ste toer. Rand; witte rand; 3 regt, * omslaan, minderen, 1 regt, minde-ren, omslaan, 3 regt *, herhaal van * tot * 21 maal; witte rand; rand.

34ste toer. Rand; witte rand; 4 ave-regts, * omslaan, 3 averegts te zamen breijen, omslaan, 5 averegts *, herhaal van * tot * 21 maal; aan het einde der laatste herhaling 4 averegts; witte rand; rand.

Van den 31sten tot den 34sten toer herhaalt men het patroon van het fond van den doek voortdurend en zet men de zijranden regelmatig voort. Heeft men het fond 206 toeren hoog gebreid, zoodat men het patroon 50 maal gewerkt heeft, dan sluit men het door 2 toeren regt af, evenzoo als men het begonnen is.

Alsdan breidt men weder den witten rand langs het fond en de paarse ran-den aan beide zijden voort, zoo als men aan den onderkant gedaan heeft, en eindigt den doek weder met den paar-sen rand langs de geheele breedte, waardoor het fond dus door een witten en een paarsen rand omgeven is. Het afkanten moet, even als het opzetten, zeer los worden verrigt.

Er blijft ons nu nog over den volant te beschrijven. Deze wordt in 4 afzon-derlijke deelen in de lengte heen en weder gebreid. Voor elk gedeelte zet

men, met de witte wol, zeer los 457 steken op.

1ste toer. Regt.

2de toer. 4 regt, * 2 maal omslaan, minderen, 6 regt *, herhaal van * tot * 55 maal; 2 maal omslaan, minderen, 3 regt. Het 2 maal omslaan wordt slechts voor een steek gebreid.

3de toer. 2 averegts, minderen, * 2 maal omslaan, 1 averegts, 2 maal om-slaan, minderen, 3 averegts, minde-ren *, herhaal van * tot * 55 maal; 2 maal omslaan, 1 averegts, 2 maal omslaan, minderen, 2 averegts.

4de toer. 1 regt, minderen, * 2 maal omslaan, 3 regt, 2 maal omslaan, minderen, 1 regt, minderen *, herhaal van * tot * 55 maal; 2 maal omslaan, 3 regt, 2 maal omslaan, minderen, 1 regt.

5de toer. Averegts minderen, * 2 maal omslaan, 5 averegts, 2 maal om-slaan, 3 averegts te zamen breijen *, herhaal van * tot * 55 maal; 2 maal omslaan, 5 averegts, 2 maal omslaan, minderen.

Men breidt den 2den tot den 5den toer voortdurend, totdat men 61 toeren of 15 maal het patroon gewerkt heeft. Daarna kant men niet te los af, en knoopt in den opzettoer 4 toeren, waardoor de franje gevormd wordt. Men bezigt hiertoe de dubbele witte wol en knoopt den eersten toer over een houtje van ruim ½ Ned. duim breed, telkens een steek van den opzettoer overslaande. Met hetzelfde houtje werkt men den 2den en 3den toer; voor den 4den of buitensten toer moet het houtje ruim 1 Ned. duim breed zijn; deze 3 laatste toeren moeten in elken steek gewerkt worden.

66 HANDWERKEN EN MODES.