De Gracieuse 1863 | Page 333

omslaan, minderen, omslaan, 1 regt, minderen, omslaan, 5 regt *, herhaal van * tot * 14 maal (bij de laatste herhaling aan het einde 4 in plaats van 5 regt); rand.

22ste toer. Rand; 5 averegts, * om-slaan, minderen, 1 averegts, omslaan, minderen, nog eens minderen, omslaan, 7 averegts *, herhaal van * tot * 14 maal (aan het einde der laatste herha-ling 5 averegts); rand.

23ste toer. Rand; 6 regt, * om- slaan, minderen, 1 regt, minderen, omslaan, 9 regt *, herhaal van * tot * 14 maal (aan het einde der laatste herhaling 6 regt); rand.

24ste toer. Rand; 7 averegts *, om-slaan, 3 steken averegts te zamen brei-jen, omslaan, 11 averegts *, herhaal van * tot * 14 maal (aan het einde der laatste herhaling 7 averegts); rand.

25ste toer. Rand; 5 regt, minderen, omslaan, 3 regt, omslaan, minderen, 188 regt, minderen, omslaan, 3 regt, omslaan, minderen, 5 regt; rand.

26ste toer. Rand; 4 averegts, minde-ren, omslaan, 2 averegts, omslaan, min-deren, 1 averegts, omslaan, minderen, 186 averegts, minderen, omslaan, 2 averegts, omslaan, minderen, 1 ave-regts, omslaan, minderen, 4 averegts; rand.

27ste toer. Bij dezen toer begint men met de paarse wol het binnenste ge-deelte of het fond van den doek, waartoe men de 178 middenste steken van en vorigen toer bezigt. De witte rand gaat, even als de smalle paarse, aan beide zijden voort, waartoe aan elke zijde van het fond 17 steken gevorderd worden.

Tot hiertoe heeft men 3 kluwen ge-

bezigd; thans begint men er met 5 te werken, namelijk 3 paarse en 2 witte. Het wisselen der draden op die plaat-sen waar men met eene andere kleur moet beginnen, geschiedt, zooals reeds beschreven is, door het kruisen der draden. Het patroon van den witten rand wordt voortdurend van den 17den tot den 26sten toer herhaald, doch moet bij elken toer aan beide zijden der streep op gelijke wijze sluiten, zoodat bij den 17den toer de laatst aangegeven minde-ring vóór het * wegblijft, en bij den 18den toer, in plaats van “1 averegts, minderen” vóór het *, 2 averegts ge-breid wordt; en zoo bij de verdere toeren eveneens.

Wij zullen ook dezen witten rand in het vervolg niet meer afzonderlijk beschrijven, maar hem, even als den paarsen rand, witte rand noe-men. Men breidt dus den 27sten toer als volgt: Rand; witte rand; 178 steken regt met de paarse wol; witte rand; rand.

28ste toer. Als de 27ste toer; maar de witte rand als de 18de toer.

29ste toer. Rand; witte rand; 5 regt, * omslaan, minderen, 6 regt *, her-haal van * tot * 20 maal; omslaan, 5 regt; witte rand, rand. Bij den witten rand valt het 3 steken te zamen brei-jen weg; in plaats daarvan wordt ge-minderd en 1 regt gebreid.

30ste toer. Rand; witte rand; 3 ave-regts, minderen; * omslaan, 1 averegts, omslaan, minderen, 3 averegts, mind-deren *, herhaal van * tot * 20 maal; omslaan, 1 averegts, omslaan, minde-ren, 3 averegts; witte rand, rand.

31ste toer. Rand; witte rand; 2 regt, minderen, * omslaan, 3 regt, omslaan,

HANDWERKEN EN MODES. 65