De Gracieuse 1863 | Page 331

6 lood witte en 5 lood paarse flora-wol; houten breinaalden No. 19.

Wij vervullen voorzeker een wensch van vele onzer abonnées, wanneer wij haar met dit warme en aangename weder een dun en elegant kleedingstuk ter vervaardiging aanbieden, dat tevens gemakkelijk zamen te stellen is.

Men zet met de paarse wol 232 ste-ken op en breidt in heen- en terug-gaande toeren eerst den smallen paar-sen rand aan één zijde.

1ste toer. Regt.

2de toer. Averegts.

3de toer. 4 regt. (Deze steken wor-den lang de geheele breedte voortgezet en maken den zijrand uit). * Omslaan (de omslag wordt bij den volgenden toer als een steek gebreid), minde- ren (bij den regten toer breidt men de 2 steken regt te zamen en bij den ave-regtschen toer averegts). * Herhaal van * tot *. De 4 laatste steken worden, nadat men eerst nog heeft omgeslagen, regt gebreid, waardoor de andere zijrand gevormd wordt.

4de toer. 3 averegts, minderen, en wel de steek met den daarachter liggenden omgeslagen draad (deze min-dering is de vierde randsteek), * om-slaan, minderen *, herhaal van * tot *. De 4 laatsten steken worden, nadat men heeft omgeslagen, averegts ge-breid.

5de toer. 4 regt, * omslaan, min-deren (de omgeslagen draad van den vo-

rigen toer moet nu voor den steek liggen). * Herhaal van * tot *. Aan het einde worden de 3 steken regt ge-breid; de laatst gewerkte mindering wordt voor den vierden randsteek mede-gerekend. In het vervolg zullen wij het einde der toeren niet vermelden, daar dit van zelf blijven zal.

6de toer. Als de 4de toer.

7de toer. 3 regt, minderen (de om-slag van den vorigen toer moet nu achter den steek liggen), * omslaan, minderen *, herhaal van * tot *.

8ste toer. 4 averegts, * omslaan, minderen *, herhaal van * tot * (de draad ligt nu weder voor den steek).

9de toer. Als de 7de toer.

10de toer. 3 averegts, minderen (hierbij ligt de draad weder achter den steek), * omslaan, minderen *, herhaal van * tot *, dan omslaan, 215 steken averegts, § minderen, omslaan §, herhaal van § tot § 2 maal; 4 ave- regts.

Bij den volgenden toer begint men den binnenrand met de witte wol.

Hiertoe neemt men de 212 middenste steken; aan beide zijden daarvan houdt men 11 steken voor den paarsen rand over, daar die steeds op dezelfde wijze als van den derden tot den tienden toer beschreven is, wordt voortgezet. Zoo als van zelf blijken zal, moeten aan de buitenzijde van den paarsen rand 4, en aan de binnenzijde, waar de paarse aan den witten rand sluit, 2 steken gebreid worden.

WOLLEN DOEK.

Plaat XLV. (Breiwerk).