De Gracieuse 1863 | Page 330

62 MODES.

valt op te merken, dat deze eenigzins lager worden gedragen en een weinig ingebogen à la MARIE STUART. Onder de ronde hoedjes heeft de hooge vorm met smallen rand den voorrang behaald; veêren zijn daarbij volstrekt niet onmisbaar, daar een bouquet van veldbloemen er ruim zoo goed op staat. Een smal plooisel van gekleurd lint aan de binnenzijde van den rand is zeer aan te raden.

De modeplaat voor Julij geeft aan: Landelijk toilet: Taffen hoed van paarsroode kleur: de bol is hoog en puntig (en frondeur), de rand geheel rond ─ een wit bouquet van voren en eene tullen voilette. ─ Rok en jakje van dezelfde kleur van taf, met pardessus van geborduurd neteldoek; het jakje is met omgeslagen halsboord en hoog opgewerkt garneer-sel; het heeft van voren den vorm van een puntig vest en van achteren een vierkant pand, en is overdekt met geborduurd neteldoek, omzet met een volant.

De rok, van hetzelfde neteldoek, is van voren rond weggesne-den en evenzoo omzet met een volant. Op den zijden rok zijn beurtelings taffen en neteldoeksche volants aangebragt.

Huistoilet. Het mutsje ─ een guipure netwerk ─ is omplooid met eene guipure kant en van voren gegarneerd met een rooden strik. Een dergelijke met lange einden is van ach-teren bevestig.

Groen taffen japon met garneersel van zwart taf en soutache.

Het vierkant uitgesneden lijf is gegarneerd met zwarte ban-den, die aan weêrszijden puntig toeloopen en ter halver hoogte van het lijf een vierkanten vorm hebben. Op een duim afstand van dit zwart taffen garneersel beschrijft eene zwarte soutache dezelfde vormen. Op de punt van elken schouder zijn twee af-hangende kwasten gehecht, alsook voor op de borst, waar het garneersel vierkant is.

De Zouaven-mouw is op gelijke wijs gegarneerd; ter zijde hangt een taschje (aumonière) van zwart fluweel met kwasten.

De rok is omzet met uitgeknipt zwart taf, en ook daarbo- ven is soutache aangebragt.