breed, dat aan de binnenzijde ½ Ned. duim opgezoomd, en naar de regte zijde omgeslagen en opgestikt wordt. Op de afbeelding is het naaisel van den rand zoowel van de binnen- als van de bui-tenzijde zigtbaar. De rok bestaat uit 3 banen, van welke de middenbaan regt wordt gesneden, en ongeveer 75 Ned. duim lang en 36 Ned. duim breed is. De twee andere banen worden aan de eene zijde regt en aan de andere zijde schuin gesneden; van onderen moeten zij 45, van boven 27 Ned. duim breed zijn; het schuin afgesneden gedeelte der zijbanen wordt aan de middenbaan gezet, zoodat de rok van voren regt is. Het lijfje, volgens Fig. 9 gesneden, wordt met dezelfde stof gevoerd en ook geboord, en is aan beide zijden van een band voorzien. De insnijding, op Fig. 9 onder het armsgat aangeduid, wordt met hetzelfde galon als dat van den rok geboord, en moet tevens die-nen om een band door te laten, ten einde het lijfje zo naauw als men ver-kiest te kunnen toehalen. De schou-der wordt regt gesneden en is 2 Ned. duim breed en 13 Ned. duim lang. Even als het lijfje wordt hij gevoerd en omboord, terwijl hij aan het armsgat wordt genaaid zoo als op de afbeelding door een * is aangewezen. Het boven- of naauwste gedeelte van den rok wordt met kleine plooijen, die naar het midden toeloopen, vastgehecht, maar moet aan beide zijden, zoo als Fig. 9 van • tot † aantoont, glad aan het lijfje worden
gezet. Men naait daarna den rok over den kant aan, maar naait tevens een band mede, dien men daarna aan de binnenzijde op het lijfje overzoomt. Aan de eene zijde van den rok worden de banden aan den kant gezet en aan de andere zijde 13 Ned. duim naar binnen (zoo als Fig. 14 aanwijst), daar de rok over elkander moet worden geslagen.
IX.
Hemd voor een pasgeboren kind.
Plaat XLIV, Fig. 15.
Fig. 10 stelt de helft der wijdte, maar de gansche lengte van het hemdje voor, welks schoudernaad ¾ Ned. duim over elkander gelegd en dat geheel in de rondte smal gezoomd wordt. Hierbij zorge men, dat hetgeen wordt omgesla-gen aan de andere zijde gezoomd wordt, opdat de zoomen naar binnen vallen. Aan de mouw (Fig. 11) wordt een glad geborduurd strookje gezet. De naad wordt daarop van Y tot Z te zamen genaaid, en de mouw zoodanig in het armsgat gezet, dat Z aan Z, • aan • en × aan × komen. Aan den omslag van den schouder zet men een gelijk strookje als aan de mouw. Nadat het hemdje geheel in elkander is gezet, worden de omslagen van rug, voor-stuk en schouders, volgens de aange-wezen lijnen, naar de regte zijde om-geslagen.
HANDWERKEN EN MODES. 59