VII.
Kaper.
(Breiwerk.)
½ lood rode, en 2½ lood witte zephir-wol; naalden No. 14, en 1½ Ned. el wit taffen lint No. 4.
Witte wol. De kaper wordt geheel met regte steken heen en weder gebreid. Men zet 27 steken op en breidt den 1sten toer regt.
2de toer. 13 steken regt, 1 steek meerderen (het meerderen wordt op zoo-danige wijze verrigt, dat men de lus, die zich onder den nu volgenden steek bevindt, opneemt en tevens als één steek breidt), dan 1 regt, 1 meerderen (thans neemt men de lus aan de andere zijde van dezen steek), daarna 13 regt.
3de toer. Regt.
4de toer. 13 regt, 1 steek meerderen (op dezelfde wijze als bij den 2den toer), 3 regt, 1 steek meerderen, 13 regt.
5de toer. Regt.
6de toer. 13 regt, 1 steek meerderen, 5 regt, 1 steek meerderen, 13 regt.
7de toer. Regt.
De beide laatste toeren worden telkens herhaald, totdat men bij den 60sten toer, tusschen de 13 steken aan beide zijden, 61 steken verkregen heeft; waarna men 3 toeren regt breidt.
64ste toer. 13 regt, minderen, 57 regt, minderen, 13 regt.
65ste toer. Regt.
66ste toer. 14 regt, minderen, 55 regt, minderen, 14 regt.
Dan 27 toeren regt.
Deze steken worden op de naald ge-houden en niet mede gebreid. Vervolgens worden van achteren en aan beide zijden voor de bavolet met de witte wol de steken opgenomen. (Het getal dier ste-ken bedraagt in ’t geheel 138, daar men bij het opnemen aan elke zijde 10 steken moet meerderen.)
Daarna 7 toeren regt.
Dan 8 regt, 2 maal omslaan, minde-ren; zoo de geheele toer.
Voorts weder 7 toeren regt. (Bij den eersten dezer toeren wordt het 2 maal omslaan voor één steek gebreid.)
Met de rose wol 12 toeren regt; men kant deze 138 steken af.
Nu worden aan beide zijden de 6 kant- of zijsteken van de rose wol, die zich van voren bevinden, bij de steken die op de naald zijn gebleven opgeno-men; waarna men 18 naalden regt breidt, en daarna afkant.
De van voren gebreide rand van rose wol wordt naar boven omgeslagen, en aan beide zijden vastgehecht. Door den toer gaatjes, die tevens tot schuif moet dienen, wordt het taffen lint geregen, terwijl van voren, ter hoogte van de schuif, de keelbanden worden aangezet.
VIII.
Piqué Bakerrok.
Plaat XLIV, Fig. 14.
Deze rok wordt alleen gebruikt wan-neer de kinderen de zoogenaamde lange kleederen dragen. Even als het lijfje, wordt hij rondom omboord met ene ge-werkt wit galon van 2 à 3 Ned. duim
58 HANDWERKEN EN MODES.
PRAKTISCHE LUIJERMAND.