Haakgaren No. 30 en haaknaald No. 4.
Dit kleed bestaat ui gehaakte rozet-ten, welker grootte afhankelijk is van de tafel.
1ste toer. Men zet 18 kettingsteken op, en verbindt den laatsten steek aan den eersten, door een lossen steek.
2de toer. 5 kettingsteken, in den 4den steek van deze 5 kettingsteken gestoken 1 losse steek; 6 kettingsteken, in den 4den steek gestoken 1 losse steek; dan 2 kettingsteken, in den 3den steek van den 1sten toer gestoken 1 losse steek. Herhaal dit 5 maal, knip den draad af en bevestig hem.
3de toer. Men hecht dan den draad aan een der drie middenste kettingste-ken, die zich tusschen de twee puntjes van den voorgaanden toer bevinden; dan werkt men 4 kettingsteken, in den 4den dezer steken gestoken 1 losse steek. Na dit 4 maal herhaald te hebben, werkt men 1 vasten steek op den mid-densten van de drie kettingsteken die zich tusschen de volgende twee puntjes van den vorigen toer bevinden. Zoo den toer uit. Dan heeft men 6 bogen of schulpen verkregen. Vervolgens werkt men 5 losse steken op de eerst gewerkte schulp, niet op de puntjes, maar in die steken welke van onderen aan de punt-jes gevonden worden; de 5de dier losse steken moet echter op den middensten steek van het 3de puntje worden gewerkt. Alsdan is men op de helft dier schulp gekomen.
4de toer. 12 kettingsteken, 1 vaste steek in de opening van het 3de of
middenste puntje van de volgende schulp van den voorgaanden toer. Herhaal dit 5 maal.
5de toer. * 1 vaste steek in de ope-ning van de 12 kettingsteken van den voorgaanden toer, 2 stokjes in dezelfde opening, § 4kettingsteken, 1 losse steek in den 4den dezer steken, dan 3 stokjes in dezelfde opening §, herhaal van § tot § 4 maal; vervolgens 4 kettingsteken, in den 4den dezer steken gestoken 2 stokjes en 1 vaste steek in dezelfde ope-ning *; herhaal van * tot * 5 maal; na alsdan nog 5 losse steken gewerkt te hebben, is men op het midden van het eerste puntje der schulp gekomen.
6de toer. * 4 kettingsteken, in den 4den dezer steken gestoken 1 losse steek; her-haal dit nog eens; dan 7 kettingsteken, in den 4den dezer steken gestoken 1 losse steek; 4 kettingsteken, in den 4den daar-van gestoken 1 losse steek; vervol- gens 1 vaste steek in de opening van het 3de puntje, dat men door de 4 ket-tingsteken bij den vorigen toer verkre-gen heeft; 4 kettingsteken, in den 4den daarvan gestoken 1 losse steek; dan 1 vaste steek in de 4de opening van de 4 kettingsteken van den vorigen toer; vervolgens 2 maal 4 kettingsteken, in den 4den dier steken gestoken 1 losse steek; dan 7 kettingsteken, in den 4den daarvan gestoken 1 losse steek; 4 ket-tingsteken, in den 4den dier steken gestoken 1 losse steek; dan 1 vaste steek in de 6de opening van de 4 ket-tingsteken van den vorigen toer; en eindelijk 4 kettingsteken, in den 4den dier steken gestoken 1 losse steek;
HANDWERKEN EN MODES. 39
ROND TAFELKLEED.