Trekt men den rok niet op, dan laat men de koorden hangen; maar wil men hem tegen de straten beveiligen, dan
1 streng paarse koordzijde; stalen kralen No. 6, en een stalen beugel; haaknaald No. 5.
Deze porte-monnaie wordt met vaste steken heen en weder gehaakt.
Men zet 36 kettingsteken op en werkt 4 toeren zonder kralen.
5de toer. 1 vaste steek, 1 steek meer-deren, * 2 vaste steken met kralen, 2 vaste steken zonder kralen *; herhaal van * tot * 7 maal; vervolgens 2 vaste steken met kralen, dan 1 steek meer-deren en 1 vaste steek.
6de toer. Vaste steken, doch aan het begin en einde één steek meerderen.
De geheele porte-monnaie wordt om den anderen toer met en zonder kra-len gewerkt; doch men neme hierbij in acht, dat de kralen telkens verzet moe-ten worden, daar zij bij den volgenden toer op de twee vaste steken zonder kralen moeten gewerkt worden.
Men meerdert bij het begin en einde van elken toer vaste steken zonder kralen, zoodat wanneer er 20 toeren aan gewerkt zijn, er zich 54 steken aan den toer bevinden. Daarop volgen nog 28 toeren zonder meerderen; dan mindert men om den anderen toer aan het begin
trekt men de koorden op en knoopt ze van voren vast.
en einde een steek, totdat men weder 36 steken verkregen heeft. Het minde-ren telt even als het meerderen 20 toe-ren, van welke de 4 laatste ook zon-der kralen worden vervaardigd.
Nu werkt men nog 2 geeren, die, even als de porte-monnaie, met kralen gewerkt worden en later aan beide zij-den worden ingezet.
Voor deze geer zet men 36 ketting-steken op en werkt 34 toeren, telkens om den anderen aan het begin en einde een steek minderende, zoodat er bij den 34sten toer nog 2 steken overblijven. Men hecht nu den draad af, en werkt de tweede geer.
De beide geeren worden daarna aan het afgewerkte gedeelte gezet, in dier voege, dat het breedste gedeelte der geer van boven aan den beugel komt. Men haakt de geer, met vaste steken, op de regte zijde, waar de kralen zich be-vinden, aan den porte-monnaie, zoodat de twee overgebleven steken aan den 34sten toer van de porte-monnaie ko-men.
Wanneer de beide geeren zijn inge-zet, voert men den porte-monnaie met dun rood of geel leder, en naait hem vervolgens aan den beugel.
HANDWERKEN EN MODES. 37
PORTE-MONNAIE.
(Haakwerk.)