de bobêche haar ronden, en tevens aan elke punt gebogen vorm verkregen.
Nu gaan wij over tot de versiering van de bobêche, en beginnen van bo-ven af.
Bevestig den draad van boven aan eene lus, waardoor de kralen aan el-kander verbonden zijn; rijg vervolgens eerst eene glaswitte (kleine), daarna 3 gouden, en dan weder eene glaswitte kraal aan; haal den draad door de vol-gende lus, welke zich tusschen de twee volgende kralen van de bobêche bevindt; vervolg zoo den geheelen toer. Steek dan den draad door de bovenste kraal van de bobêche van boven naar be-neden; rijg 3 glaswitte, 4 gouden en weder 3 glaswitte kralen aan; sla één kraal over en haal dan den draad, van onderen naar boven, door de vol-gende kraal heen; steek hem terug van boven naar beneden, door de kraal welke is overgeslagen; rijg dan de zoo even genoemde kralen weder aan en ver-volg op deze wijze den geheelen toer, waardoor kleine over elkander liggende slingers verkregen worden.
Bewerkt de zus punten verder als volgt: steek den draad, van boven naar beneden, door de eerste blaauwe kraal van de tweede rij van boven af; rijg 4 glaswitte kralen, 1 kwik- paarl en wederom 4 glaswitte kralen aan, en haal den draad nu door de tweede daaropvolgende kraal van bene-den naar boven. Op de volgende rij kralen (naar beneden) werkt men 2 van deze kleine slingers kralen, daarna 3 slingers, dan 4, dan 5 en dan 6 slin- gers. Alsdan is één der punten voltooid, en men bewerkt vervolgens de 5 andere evenzoo.
Aan den ondersten rand van de bo-bêche worden 3 rijen slingers geregen. (Zie de afbeelding.)
1ste toer. Bevestig den draad van boven aan een der kralen van de on-derste rij der bobêche; * rijg 5 glas-witte (grootste), 1 zilveren galvanische en 5 glaswitte kralen aan, en steek door de derde daarop volgende kraal den draad van beneden naar boven heen, zoodat deze zich weder van boven aan de onderste rij kralen bevindt *; herhaal van * tot * den geheelen toer.
2de toer. Na voleindiging van den laatsten slinger van den eersten toer, haalt men den draad door de 5 glas-witte en de zilveren galvanische kraal heen, om aan den tweeden toer te kun-nen beginnen; * rijg nu 1 glaswitte (grootste), 1 lange zilveren galvanische, 5 glaswitte, 1 kwikpaarl, 5 glaswitte, 1 lange zilveren galvanische en 1 glas-witte kraal aan, en steek den draad door de volgende zilveren galvanische kraal van den eersten toer, van de reg-ter naar de linker hand heen *. Her-haal van * tot * den geheelen toer. De slingers die deze rij vormen, liggen, zoo als de afbeelding aanwijst, niet over, maar naast elkander.
3de toer. Deze toer wordt alleen met de kleine glaswitte kralen geregen, en vormt bogen of slingers, die over de lange kralen hangen.
Men bevestigt den draad aan een van de zilveren galvanische kralen van den eersten toer; rijgt hiervoor 24 glaswitte kralen aan, en haalt den draad door de volgende zilveren kraal heen; doch bij dezen toer van de linker naar de regter hand, daar de slingers, welke dezen toer uitmaken, over elkander moeten hangen.
HANDWERKEN EN MODES. 35
HANDWERKEN EN MODES. 33