De Gracieuse 1863 | страница 302

hoogte en 1 draad in de breedte ge-werkt worden. Hij wordt altijd in regte rijen gewerkt. Men kan niet eerst de eene en daarna de andere kleur afwer-ken; zoodat men zich genoodzaakt ziet met zooveel naalden te werken als men kleuren in het werk heeft, daar er door het telkens insteken van de draden te veel tijd zoude verloren gaan.

Bij den eersten steek van elk kruisje van den reliefsteek neemt men de twee draden regt op, en laat een draad van 1½ à 2 Ned. duim naar beneden han-gen; bij den tweeden steek van het kruisje wordt deze loshangende draad

bevestigd; men steekt de naald zoodanig door, dat er tusschen het afgewerkte en het volgende

kruisje een draad van het gaas onbewerkt blijft, zoo als de afbeelding aanduidt.

½ mas blaauwe en ¼ mas zilveren ge-galvaniseerde schellebandskralen; 2 ree-ken lange galvanische kralen; ¼ mas gouden kralen No. 7; 4 reeken kleine kwikpaarlen; 3 lood glaskralen, een weinig grooter dan de gouden kralen No. 7; 2 lood van de grootste soort pondskralen, en dik koord.

Behalve de volledig afbeelding van deze bobêche, zullen wij, ter verduide-lijking der beschrijving, op Pl. XXXIX,

De kralen- en relief-strepen geheel af-gewerkt zijnde, worden de lussen door-geknipt, de draden een weinig uitge-kamd, en daarna verder afgeschoren, zoodanig, dat de lichtste kleur, die in het midden is gewerkt, de hoogste is, en men de wol naar beide zijden eenig-zins glooijend laat aflopen.

Men kan deze tasch ook van onde-ren en op zijde borduren, zoo als de afbeelding aanwijst; dan moet de rand in zijn geheel 10 Ned. duim breed wezen; doch men kan hem even goed van leder nemen. Er worden twee handvat-sels aan gemaakt, en van boven een knip om de tasch te sluiten. Van bin-nen wordt zij gevoerd met groen me-rinos, of met zijde van dezelfde kleur als de groene wol.

Wij raden onze dames aan, de tasch bij eenen zadelmaker te doen opmaken, daar het een zeer lastig werk is, om het sterk genoeg in elkander te zetten.

Fig. 23 nog eene afzonderlijke afbeel-ding geven van het onderste of hoofd-deel der bobêche, dat met de blaauwe en zilveren gegalvaniseerde kralen in mozaïk geregen wordt. Men werkt 6 punten volgens deze afbeelding, en ver-bindt daarna de laatste punt aan de eerste, zoodat hierdoor eene ronding verkregen wordt. Vervolgens rijgt men door de bovenste rij kralen een draad, waardoor de 6 punten aan elkander ver-bonden worden. Dit verrigt zijnde, heeft

34 HANDWERKEN EN MODES.

BOBÉCHE.

Plaat XXXVIII. Fig. 1. (Kralenwerk.)