MODES.
In de meeste woningen is nu de wintertoestel, kagchels, togt-latten en soortgelijke, verdwenen (als een onmisbaad gevold van de heerlijke schoonmaakt); ook al zou het veranderlijke weder, de schrale voorjaarswind, de koele Aprilregen het dikwijls wen-schelijk maken, dat wij, als onze overzeesche buren, de gele-genheid behielden tot matige verwarming onzer woonvertrekken — het comfort zou er gewis door worden bevorderd. Wij willen nu echter wenschen dat de Meimaand eene echte bloeimaand zijn zal, met zonnige lucht en zoele atmosfeer; en met dien wensch bieden wij aan onze lezeressen wat de mode ditmaal aangeeft als bovenkleeding voor wandeling of visites.
De dunne mantels van cachemire, fijn flanel, batiste de laine of wel zwarte taf, gros de Naples, zijn voor kinderen, jonge dames, ook à la rigueur zelfs voor dames van middel-baren leeftijd, steeds in het gezochte Paletot-fatsoen: wij zagen de paletot “Patti” die kort en half sluitend, met elleboogs- mouw, epaulette en revers, met zijn garneersel van lange gre-lots regt vlug en lief staat; de paletot “Carlotta,” die ter naauwernood zoo lang als de saute en barque omzet is met een’ circa 40 duim breeden volant; de mouw is tamelijk wijd en het garneersel aangebragt op de mouw, langs den hals en rondom boven den volant bestaat uit twee tegen elkaar gelegde en iet- wat ruim opgezette guipure-kanten. De paletot “Beatrice” is bijzonder élégant door het rijke soutache garneersel dat als mon-tant de geheele voorpanden bedekt en ook van achteren ter hoogte van de ceinture sierlijk is aangebragt; de sluitende vorm echter doet het figuur zoo voordeelig uitkomen dat ook bij een-voudiger garneersel deze paletot zeker zeer goed zal kleeden. Verder zagen wij den mantelet “Madeleine;” deze heeft een glad stuk, in den vorm eener pélerine, waaraan het ruime on-derstuk van den mantel van voren glad, op den rug met twee groote stolplooijen is aangezet. De rond ingesneden armsgaten zijn, even als het stuk, gegarneerd met twee reijen smalle stol-plooijen, die van onder uitloopen in een sierlijk passement be-
MODES.
’t Is maar ter naauwernood dat wij al spreken kunnen over de voorjaars-modes; het zachte weder geeft er evenwel eenige aanleiding toe en ook zijn in de voornaamste winkels de stalen reeds voorhanden van nieuwe lakens voor bovenkleeding, nieuwe zijden stoffen en gedrukte katoenen.
Onder de lakensoorten zijn vele gespikkeld, andere geribt; de grootste nouveauté is het zoogenaamde “diagonaalla- ken,” hebbende het weefsel daarvan veel overeenkomst met fransch merinos: men zegt dat dit veel zal gedragen worden. Onder het gespikkelde laken zagen wij stukken met chenille moezen of stippen.
De zijden stoffen zijn meestal gestreept, de grondkleur is ligt en de strepen zijn donker, maar van eene zelfde nuance. Ook zagen wij moiré antique met chiné bloemen – eene nou-veauté die wij niet bijzonder kunnen aanprijzen daar zij wel wat ten koste is van den goeden smaak.
In de gedrukte katoenen zijn allerliefste patronen te ver-wachten: ze zijn allen sterk geglansd en kleur en patroon ko-men overeen met de nieuwe zijden stoffen, gechineerd, in nu-ances gestreept, gebloemd enz. De mercella’s met witten grond gestippeld of gebloemd of wel gestreept, terwijl hier en daar de strepen gebroken worden door een fijn bloempje, zijn voor jonge dames regt verkieslijke stoffen.
Voor goedkoope kleedjes noemde men ons een paar stoffen mohair en mozambique (de laatstgenoemde heeft veel over-eenkomst met het poil de chèvre). Die soorten zijn meestel zeer breed en daardoor zeer geschikt om japon en mantel van gelijke stof te maken, eene mode die steeds zeer gewild is.
MODES.
’t Is maar ter naauwernood dat wij al spreken kunnen over de voorjaars-modes; het zachte weder geeft er evenwel eenige aanleiding toe en ook zijn in de voornaamste winkels de stalen reeds voorhanden van nieuwe lakens voor bovenkleeding, nieuwe zijden stoffen en gedrukte katoenen.
Onder de lakensoorten zijn vele gespikkeld, andere geribt; de grootste nouveauté is het zoogenaamde “diagonaalla- ken,” hebbende het weefsel daarvan veel overeenkomst met fransch merinos: men zegt dat dit veel zal gedragen worden. Onder het gespikkelde laken zagen wij stukken met chenille moezen of stippen.
De zijden stoffen zijn meestal gestreept, de grondkleur is ligt en de strepen zijn donker, maar van eene zelfde nuance. Ook zagen wij moiré antique met chiné bloemen – eene nou-veauté die wij niet bijzonder kunnen aanprijzen daar zij wel wat ten koste is van den goeden smaak.
In de gedrukte katoenen zijn allerliefste patronen te ver-wachten: ze zijn allen sterk geglansd en kleur en patroon ko-men overeen met de nieuwe zijden stoffen, gechineerd, in nu-ances gestreept, gebloemd enz. De mercella’s met witten grond gestippeld of gebloemd of wel gestreept, terwijl hier en daar de strepen gebroken worden door een fijn bloempje, zijn voor jonge dames regt verkieslijke stoffen.
Voor goedkoope kleedjes noemde men ons een paar stoffen mohair en mozambique (de laatstgenoemde heeft veel over-eenkomst met het poil de chèvre). Die soorten zijn meestel zeer breed en daardoor zeer geschikt om japon en mantel van gelijke stof te maken, eene mode die steeds zeer gewild is.