De Gracieuse 1863 | Page 297

Voor het boord breid men eerst een toer regt, dan 26 toeren 2 regt en 2 averegts.

Aan het been breid men 20 naatjes, dan mindert men 18 maal om de 2 naatjes, vervolgens 16 naatjes, zoodat het been 70 naatjes lang is.

De hiel heeft 16 naatjes.

De voet mindert men 9 maal, de geheele lengte hiervan is 24 naatjes; de toon breid men even als bij het wollen kousje om den anderen toer min-derende af.

IV.

Wollen borstrokje.

Engelsche wol No. 28; naalden No. 15.

Dit borstrokje wordt heen en weder gebreid.

Men zet hiervoor 157 steken op, breid een toer regt, dan 18 toeren 3 regt 3 averegts; doch men begint en eindigt den toer met 2 averegts; dan 1 toer geheel averegts; hiermede is het boord af, en begint men aan den romp. Hier-voor breid men eerst 1 toer regt en 1 toer averegts; dan zet men de naatjes op deze wijze, en maakt ze in het ver-volg altijd door, met het breijen van den regten toer: 2 steken regt, 2 naatjes, 3 steken regt, 2 naatjes, 68 steken regt, 3 naatjes, 68 steken regt, 2 naatjes, 3 steken regt, 2 naatjes en eindelijk 2 steken regt; dan breid men nog 26 naatjes of 56 toeren. Hierna als men we-der aan den regten toer gekomen is, breid men 2 regt, 2 naatjes, 3 regt, 2 naatjes,

33 regt, 2 naatjes, 33 regt, 3 naatjes, 33 regt, 2 naatjes, 33 regt, 2 naatjes, 3 regt, 2 naatjes, 2 regt . * Vervolgens 1 toer averegts; 1 toer regt; 1 toer averegts; dan 2 regt, 2 naatjes, 3 regt, 2 naatjes, 30 regt, overhalen, 1 regt, 2 naatjes, 1 regt, minderen, 30 regt, 3 naatjes, 30 regt, overhalen, 1 regt, 2 naatjes, 1 regt, minderen, 30 regt, 2 naatjes, 3 regt, 2 naatjes, 2 regt. * Men herhaalt van * tot * nog 4 maal, doch breid dan in plaats van 30 ste-ken regt 29 steken en zoo vervolgens, zoodat men nu 5 minderingen onder dan arm heeft; breidt dan nog 1 toer averegts en 1 toer recht, waarna men de rug, de borst en de schouders breid. De rug en de borst zijn 14 naatjes lang, doch men zet aan beide zijden van het arms-gat nog 2 naatjes; daarna breid men de schouders, die 10 steken breed en 12 naatjes aan de borst en den rug lang zijn; zij worden van boven te zamen gebreid. Het boordje aan den hals wordt 3 toeren 2 regt en 2 averegts gebreid, dan maakt men 1 toer gaatjes, doch breid tusschen elk gaatje 4 steken in, dan weder 2 toeren, 2 regt en 2 ave-regts, waarna men het afkant.

Vervolgens breid men voor de mouw den oksel op tot er 11 steken zijn, dan mindert men hem af; de mouw moet 43 steken wijd en 30 toeren lang zijn.

Door de gaatjes van den hals wordt een veterband geregen, en van voren aan het borstrokje worden 3 of 4 bandjes aangezet.

HANDWERKEN EN MODES. 29