De Gracieuse 1863 | Page 291

deze fluweelen banden moeten aan de lange einden smal gezoomd worden. Men maakt nu van hetzelfde draad als waar-van de ring is, een boog van 32 duim die men even als den ring met fluweel bekleedt, doch deze moet een weinig stijver omwoeld worden daar hij 1½ duim breed moet zijn. De einden van deze boog left men aan beide zij- den van den ring, van de onderste ein-den te rekenen, 2½ duim af, en naait de einden van den boog naar boven loo-pende, ongeveer 3 duim lang aan den ring vast. Dan buigt men den boog aan beide zijde naar boven, en in het mid-den weder naar beneden toe, zoodat zij den vorm verkrijgt zoo als de af-beelding aanduidt. De afhangende strik die op het midden van den boog ge-plaatst is, wort op een dubbeld stuk

Dit kapsel heeft van achteren een cache-peigne met 2 neêrhangende einden op zijde; van voren een dubbele strik die vlak op de welving van het hoofd sluit, doch op het voorhoofd hoog-opstaande is.

Het geheele kapsel is van zwart flu-weel met goud, en wordt op een ring (welke evenwel niet digt gemaakt wordt) van 67 duim wijd, en 1 duim breed, van stijve zwarte tule of gaas gemaakt; terwijl men om den vorm te kunnen ge-ven, de tule rondom van een ijzerdraad voorziet, dat met zwart band omwoeld wordt. Deze ring buigt men aan beide

stijve tule van 4 duim in het vierkant gemaakt. Men hecht hierop eerst 2 einden fluweel (schuingesneden, even als dat voor de diadeem) van 15 duim lang en 6½ duim breed, welke men aan de ondereinden schuin afknipt en met gouden franje omzet; daarover legt men 3 nokken van 9½ duim lang en 5 duim breed; men bevestigd dezen strik, daar waar de boog naar beneden gebogen is; het aanzetten hiervan wordt bedekt door eenen nok, waardoor men tevens den strik zijnen vorm geeft. Men zij nog indachtig bij het maken van de dia-deem, dat men de einden van de gouden franje welke er doorgestrengeld wordt, van boven op sommige plaatsen hecht, daar anders alle einden naar beneden zouden hangen.

zijden eenigzins ovaal en moet tot aan het nekkuiltje reiken; van voren is hij een weinig neêrgebogen, zoodat hij op den schedel rust, terwijl hij naar beide zijden eenigzins opstaande gebogen moet worden. Daarna voorziet men den ring van een dwarsbeugel van omwoeld ijzer-draad, die de lengte van 16 duim moet hebben en welke men een wei-nig rond naar buiten buigt, zoodat de cache-peigne er tegen rust. Deze dwarsbeugel wordt aan beide zijden van den ring bevestigd, en moet van de eene bevestiging tot aan de andere eene tusschenruimte van ongeveer 19

HANDWERKEN EN MODES. 23

KAPSEL MIRANDA.

Plaat XXXV. Fig. 5.