ten kettingsteek * daarna steekt men door den volgenden steek van den opzet-toer, als wilde men weder 1 vaste steek in dien zelfden steek maken, haalt den draad door den steek en werkt dan nog 2 kettingsteken, zoodat er nu 3 ketting-steken in den steek van den opzettoer gehaakt zijn. Er bevindt zich nu (zoo-als de afbeelding aanduidt) een lus van den eersten vasten steek en een lus van de 3 kettingsteken op de naald; door deze twee lussen haalt men den draad even als bij eenen vasten steek. Nu werkt men weder eenen vasten steek in den volgenden steek van den opzet-toer *. Men herhaalt nu van * tot * den geheelen toer.
Haakgaren No. 30 en 2 verschillende knooppennen, een ronde ter dikte van de naaldenmaat No. 19 en een platte ter breedte van 1½ Ned. duim.
De grond van dit gordijn is gepar-semeerd met bosjes uit 4 mazen zamen-gesteld. Om een zoodanig bosje te ma-ken werkt men eerst een gewone maas in eene maas van den vorigen toer; dan nog 3 mazen in denzelfden maas, doch de katoen los over de knooppen latende hangen, zoodanig dat de lussen omtrent ½ duim de knooppen kunnen overschrij-den; nadat men de knoopnaald van be-neden naar boven door de maas van den vorigen toer heeft gestoken, steekt men haar van boven naar beneden door de maas, die men vóór de lange mazen gemaakt heeft heen; men haalt
2de toer. Deze toer wordt als den eersten gewerkt, doch men heeft hierbij in acht te nemen, dat de door de 3 kettingsteken gevormde verhevenheden verzet moeten worden. Men begint dus de tweede toer met 3 kettingsteken, die men in den vasten steek van den vorigen toer haakt, en werkt dan de vaste steek in de bovenste der 3 kettingsteken van den vorigen toer, waarbij men door de beide lussen van den steek steekt. De af-beelding wijst door een punt de beide lussen aan waarin de vaste steek gewerkt wordt, en die der 3 kettingsteken door een kruisje.
Alle toeren worden verder als den tweeden toer gehaakt.
den draad niet te stijf aan, daar hij een lange lus voor de naald moet vor-men. Dan steekt men de naald van bo-ven naar beneden door deze laatste lus, men trekt den draad aan, en vereenigt alzoo de 4 steken tot een bosje. In den volgenden toer laat men deze 3 lussen loshangen.
Het juiste getal mazen hiervoor op te geven is moeijelijk, daar alle ramen niet even breed zijn, doch voor 1 Ned. el breedte zet men 180 mazen op de ronde knooppen.
1ste, 2de en 3de toer. Regte mazen.
4de toer. 3 regte mazen, 1 bosje (als hierboven beschreven), zoo de geheele toer.
5de toer. 2 regte mazen, 2 bosjes, zijnde een voor en een achter het bosje van den voorgaanden toer.
HANDWERKEN EN MODES. 21
GEKNOOPT GORDIJN MET KANT.