Breed mignardise en zwijnskopgaren No. 38. Haaknaald No. 5.
Dit tusschenzetsel is zeer geschikt voor pantalons, ook voor rokken enz. Ter ver-vaardiging hiervan neemt men twee ein-den mignardise, welke men door ketting- en vaste steken aan el-kander verbindt. Men haakt namelijk in het eerste oogje van het eene eind mignardise 1 vaste steek, dan 2 kettingsteken, 1 vaste
Fijne roode, witte en blaauwe koord-zijde, de kleuren van de nationale vlag; haaknaald No. 5, lapjes zwart laken en een verguld of ivoren stokje.
Deze vlag wordt met vaste steken heen en weder gehaakt, doch men neemt hierbij de achterste lus op.
Men zet met de blaauwe zijde 100 kettingsteken op.
1ste toer. Vaste steken.
2de toer. 10 vaste steken; dan 2 vaste
steek in het tweede oogje van het andere eind; dan weder 2 kettingsteken, 1 vaste steek in het derde oogje van het eerste eind, en vervolgens 2 ketting-steken, 1 vaste steek in het vierde oogje van het tweede eind, zoodat er nu tus-schen elken vasten steek een oogje on-bewerkt is gebleven. Op deze wijze werkt men de twee einden mignardise aan el-kander, telkens 2 kettingstken en dan 1 vaste steek in het mignardise, doch tusschen elke vaste steek een oogje onbe-werkt latende. Aan de beide buitenzijden werkt men 1 kettingsteek en 1 vaste steek in elk oogje; zie de afbeelding.
steken in den volgenden steek, 22 vaste steken, men slaat 1 steek over (dus in den tweeden steek gestoken), 6 vaste steken, 1 steek overslaan, 22 vaste steken, vervolgens 3 vaste in den vol-genden steek en eindelijk 36 vaste steken.
3de toer. Vaste steken. Men steekt bij deze en alle volgenden toeren vaste steken, bij het begin in den tweeden steek.
4de toer. 10 vaste steken, 2 vaste
12 HANDWERKEN EN MODES.
TUSSCHENZETSEL VAN MIGNARDISE, AAN ELKANDER GEHAAKT.
(Haakwerk).
INKTLAP ALS NATIONALE VLAG.
(Haakwerk). Plaat XXVII, Fig. 2.