De Gracieuse 1863 | Page 264

DE MAAND SEPTEMBER.

Voor de twaalfde maal komen wij tot onze geachte lezeressen met eenige aan-teekeningen over vrouwen uit almanak en geschiedblad. Wij zijn nu de maanden van het jaar rond geweest, en als wij met onze mededeelingen en herinneringen voortgaan, zullen we er eenen eenigzins gewijzigden vorm aan dienen te geven. Voor ’t laatst dan op de vroeger door ons gevolgde wijze nog dit:

Eene zekere heilige MARGARETHA, bij verkorting Sinte MARGRIET genoemd, is misschien wel aan onze lezeressen bekend van wege den langdurigen regentijd dien men te wachten heeft als het regent op haren naamdag. Maar dat is niet de MARGARETHA, die den 2den September in den almanak prijkt, want de beruchte dag die over weken droog of nat weder heet te beslissen, is de 20ste Julij. Wie de MARGARETHA van 2 September is, weet ik niet; dit alleen dat het de in de R. C. kerk heilig verklaarde MARGARETHA, koningin van Schotland, niet is; de feestdag van deze toch valt op 10 Junij. Van ROSALIA (4 September) en THECLA (23 September) weet ik ook al niets te zeggen, en zeer weinig van REGINA (7 September). Zij zou in de derde eeuw onzer jaartelling hebben geleefd en ten tijde van keizer DECIUS den marteldood voor het christelijke geloof zijn gestorven, daar zij zich door OLYBRIUS, landvoogd van Gallië – zij woonde in het later aldus genoemde Bourgondië – noch door beloften noch door bedrei-gingen liet bewegen om CHRISTUS te verloochenen en hem ten huwelijk te nemen. Gij ziet, het is het gewone onbepaalde en dikwijls zeer in de lucht hangende der berigten aangaande hen, die getrouwheid aan het christelijke geloof hebben liefgehad boven het leven. Meer zeker echter zijn de berigten aangaande HILDE-GARDIS, die in de elfde eeuw leefde en abdis was van het Rupertins-klooster bij Bingen. De eer van door den paus voor eene heilige verklaard te worden werd haar – eene overgroote zeldzaamheid! – reeds bij haar leven toegekend, zoo groot was de roep, die uitging van hare vroomheid. Het meest is zij bekend gebleven door dat gedeelte harer schriften, waarin zoogenaamde voorspellingen aangaande latere gebeurtenissen in Latijnsche verzen zijn vervat; maar het valt niet moeijelijk, er de onechtheid van te ontdekken. Zij overleed den 17den Sep-tember 1180.

Van de kerkelijke tot de wereldlijke dames overgaande herinneren wij u eene ELISABETH SOPHIA CHERON, geboren 3 October 1648, overleden 3 September 1711, eene der vermaardste schilderessen van haren tijd, leerlinge van haren vader, dan als schilder niet onvermaarde HENRI CHERON. De dochter muntte vooral uit in het historie- en portretschilderen. Onder hare historische stukken zijn de meest vermaarde: MARIA, op de vlugt met JOZEF en het kind JESUS naar Egypte, van vermoeidheid in slaap gevallen en het kind door engelen bewaakt; alsmede de begrafenis van den Heiland. Als portretschilderes had ELISABETH zulk