De Gracieuse 1863 | Seite 246

238 CACHEMIR.

slechts eenige uren daags kan afleggen, nu eens in zijn rieten draagstoel door vier mannen getorscht, dan weder te paard en somtijds te voet. Zelfs zouden zijne geldelijke hulpbronnen hem niet voldoende zijn om zijnen weg te vervolgen, wierd hij niet ondersteund door een bevel van den vorst des lands dat aan alle distrikts-hoofden de verpligting opleft om hem hulp te verleenen, want zoodra de Indianen hun loon van eenige dagen ontvangen hebben, een loon voor hen voldoende om eene ge-heele week zonder werken door te brengen, dan trachten zij zich weg te maken, om als echte wijsgeeren in vrede hunne fortuin te gaan genieten. Zonder de tusschenkomst van den Rajah, zou de vreemdeling groote kans hebben om den een of anderen dag alleen te staan midden op den weg, zonder een enkel muildier om zijne bagage te dragen of iemand om hem tot gids te strekken.

Den 10den October verliet VON HÜGEL de oevers van den Sutledje, die de grenzen der Sikhs besproeit en eerst den 16den November bereikte hij de overzijde der bergen die het dal van Cachemir omsluiten. In die vijf weken reizens ontmoette hij slechts op groote afstanden eenige armoedige buurt of eeen enkel gehucht bewoont door eene armoedige en vreesachtige bevolking. Nu eens namen al de bewoners bij zijne nadering de vlucht, geen begrip hebbende van zijne vreedzame oogmerken en vol vrees dat men hun nieuwe belastingen kwam opleggen; dan weder, gedreven door een gelijk gevoel van vrees, kwamen gansche scharen van jonge meisjes voor hem dansen, om zijn medelijden op te wekken en een welwillenden blik of eene aal-moes van een paar duiten af te smeken. Woningen, kleeding, gebruiken in het huiselijk en het maatschappelijken leven, alles is daar nog in oorspronkelijken staat.

De Indianen steken hunne rivieren over gezeten op een met lucht gevulde buffelhuid, waaraan zij zich met ééne hand vast-houden terwijl zij met de andere eene roeispaan bewegen tot besturing van dit vreemdsoortige vaartuig.

De fakirs 1) matigen zich het regt van eigendom aan over de

1) Een boetedoend kluizenaar, die van aalmoezen leeft.