236 CACHEMIR.
bij die gelegenheid aan de bedienden van den landvoogd een geschenk geven; en voor zij in Europa aankomt, hetzij door Perzië of door de Engelsche koloniën zal dezelfde shawl nog menig regt te betalen hebben. Dit is het wat vooral den prijs zoo verhoogt, want de kosten der bewerking beteekenen niet veel.
Men maakt altijd, zegt VON HÜGEL, twee zelfde shawls te gelijk. De schoonste vorderen den dagelijkschen arbeid van vier en twintig werklieden gedurende een geheel jaar. Maar de eerste werklieden worden slechts betaald met omtrent acht stuivers daags; de anderen verdienen niet meer dan twee of drie stuivers. Dus bedraagt de geheele som van hun loon, gedurende een jaar, ongeveer 800 ropijen van Hari-Singhi, welke gelijk staat met 1 fr. 55 c. (75 cts.) De prijs der paschmina en der verw beloopt 300 ropijen, de verder onkosten kunnen geschat wor-den op 200. Het geheel geeft voor de vervaardiging van twee buitengewoon prachtige shawls een cijfer van 1300 ropijen, of ongeveer 2000 fr., en in de magazijnen van Europa zullen zij elk minstens 5000 of 6000 fr. opbrengen.
Ten gevolge van den inval en het stelsel van verdrukking der Sikhs, die de vallei van Cachemir zoo zeer verarmd hebben, ten gevolge ook van besmettelijke ziekten en hongersnood die de bevolking verkleinden is nu de bewerking der shawls nog slechts eene flaauwe schaduw van wat zij eertijds was. Tijdens de Mon-goolsche heerschappij waren er honderd duizend werklieden be-noodigd; thans bedraagt hun getal niet meer den twintig duizend, die ongeveer drie duizend shawls jaarlijks in den handel geven. Maar hoe men ook getracht heeft dezen tak van nijverheid elkders te vestigen, dezelfde wol en dezelfde werklieden gebrui-kende, dezelfde bewerkingen toepassende, het is onbetwistbaar dat de weefsels van Cachemir van oneindig beter kwaliteit zijn dan de op andere plaatsen van Indië gemaakte. VON HÜGEL schrijft dit toe aan zekere eigenaardige eigenschappen van de wateren van Cachemir.
Behalve de shawls maakt men te Cachemir van de paschmina ook gordels, sjerpen, stoffen voor tenten, en donzige tapijten, maar zoo fijn van weefsel dat men ze in geen Europeesch vertrek zou kunnen gebruiken. Zij zijn alleen geschikt voor een land,