De Gracieuse 1863 | Page 219

HUISHOUDEN EN KEUKEN. 211

kookt. De laatste behandeling is gunstiger voor den smaak der vrucht, maar men is niet zoo zeker van het wélslagen.

Gekookte gelei. Men neemt rijpe, versch geplukte bessen en ontdoet ze zorgvuldig van de stelen. Men weegt vooraf de aarden pan, waarin de vrucht geworpen wordt, om dit gewigt af te trekken van de zwaarte bij het wegen der bessen. Men stoot nu suiker in kleine stukken en neemt daarvan een gelijk gewigt als men aan vruchten heeft; men voegt de suiker bij de pan met bessen en laat dit drie uren staan. Daarna stort men het geheel in een onvertinden koperen schotel op een zacht vuur; men roert aanhoudend met een kleinen houten lepel; langzamerhand zet men het vuur meer aan; en laat het kooksel tien minuten lang doorkoken. Men plaatst eene haren zeef bo-ven eene terrine, stort daarop de gelei uit en neemt de zeef eerst weg wanneer daarop alleen de schilletjes en pitten der bessen zijn achtergebleven. De gelei wordt nu terstond in de daarvoor bestemde potjes gegoten; en opdat deze door de warmte niet zouden barsten plaatst men ze bijna tot aan den rand in een schotel met koud water.

Wil men de gelei geuriger maken dan voegt men een nerderl. pond goed gezuiverde frambozen en evenveel suiker bij eene hoeveelheid van vier nederl. ponden bessen; men laat ze daar-mede staan trekken, alvorens ze te vuur te brengen.

Ongekookte gelei. Men drukt het sap uit de bessen in eene schaal, weegt het en voegt daarbij het dubbele gewigt aan suiker. Deze suiker wordt in zeer kleine stukjes geslagen en daarna in het sap goed rondgeroerd om de oplossing te be-spoedigen; is dit geschied dan brengt men de schaal naar den kelder, en laat ze daar twaalf uren staan, het sap af en toe eens roerende; na verloop van dien tijd stort men het in potjes; die in den kelder moeten blijven staan.

Deze gelei is geuriger dan de gekookte maar kan minder lang bewaard blijven. Men maakt ze ook zonder ze in den kelder te brengen, zonder rond te roeren terwijl men zich eenvoudig be-paalt tot het doen smelten der suiker in het sap en dit daarna in wijde potjes te gieten die men eenigen tijd in de zon zet.

Confituur van abrikozen. Dit geschiedt en marme-