De Gracieuse 1863 | Page 217

SLECHTS EEN KIND. 209

te zoeken, die met zoete verrukking ook gevonden werden. Nooit hebt gij de tranen eener weduwe geweend op het teedere hoofd van den vaderloozen kleine, die zijn verlies nog niet beseft; nooit heeft uw troosteloos en mismoedig hart zich weder aan-gegord met nieuwen moed bij den klank dier kinderlijke stem. Gij hebt niet den harden strijd met het leven gewaagd, opdat den lievelings niets zou ontbreken, hebt niet in zijn vriendelijk gesnap ruime vergoeding gevonden voor de grootste inspanning, de hardste onberingen. U werd niet het uitzigt op later jaren verhelderd door de hoop op dne jeugdigen arm, die u dan steunen, op het glinsterende oog dat u dan vóórlichten zou, waar gij zwakker wierdt en hulpbehoevend. Gij hebt nooit plan-nen gevormd, waarvan juist dit kind de hoofdpersoon was, nooit hebt gij voor hem gewenscht, gehoopt, getreurd, gevreesd. Gij weet niet wat het is hem, en hem alleen te bezitten om lief te hebben op deze wereld. Gij hebt niet gevoeld wat de moeder leed, toen de ziekte kwam, het anders zoo heldere oog beneveld werd, hoofd en handjes koortsachtig brandden. Gij weet niet met welk onvermoeid geduld zij den kleinen last uur aan uur in de kamer op en neder droeg, met de hand op het kloppende hartje, op het brandende hoofdje, om rust en verkoe-ling te brengen. Gij voeldet de smart niet van het moederhart toen eindelijk alle hoop verdween, toen zij zich heenboog over het sterfbed van haar kind, toen zij den laatsten flaauwen angst-kreet hoorde, zonder meer hulp te kunnen brengen, toen het kind eindelijk aan hare borst den laatsten snik gaf. Gij neemt niet met naamloozen, hartverscheurenden jammer afscheide van dit uw eenige, uw hoogste goed op aarde, wanneer het deksel der kleine kist wordt gesloten en men het kind heendraagt naar het laatste still kamertje, dat gij hem hebt toebereid. Neen, oude man, dat alles weet gij niet, en wél u, dat gij het niet weet. Uw ambt zou u dan zwaar ja ondragelijk worden. En zoo gij het wist, voorwaar gij zoudt niet zeggen: “Slechts een kind!”