JEANNE D’ARC. 169
Franschen bekoelde door den tegenspoed des nieuwen konings, die in eigenzinnige staatszucht, in weerwil van JEANNE’S uit-drukkelijken raad, op Parijs aanrukte en eenen vruchteloozen aanval beproefde, waarbij de heldin voor het eerst eene wonde ontving, die misschien wel bijdroeg om het geloof in hare god-delijke zending te verzwakken. Toch volhardde zij in hare hel-dendaden en voerde menigmalen de strijders aan, totdat zij in den veldtogt van het jaar 1430 gedurende de belegering van Compiègne door de Bourgondiërs, bij eenen door haar aange-voerden uitval in de handen der belegeraars geraakte, die de laaghartigheid hadden om haar aan hare doodvijanden de Engel-schen uit te leveren.
Afschuwelijk is de wijze waarop de edele heldin werd behan-deld. Zij werd verlaten door hen die alles aan haar veschul- digd waren, met valsche eeden om geld gelasterd zelfs door eigen landgenooten. PIERRE CAUCHON, bisschop van Beauvoix, trachtte op haar te wreken dat zijne stadgenooten hem uit zijn kerspel hadden verjaagd nadat de stad was ingenomen door de Franschen. Door de universiteit van Parijs ondersteund, wist hij te bewerken, dat een vormelijk proces werd aangevangen tegen het edele meisje, onder beschuldiging van ketterij en tooverij, in die dagen de kortste weg naar de doodstraf. Wij schuiven een gordijn voor de valsche eeden, de helsche listen en hemeltergende ongeregtigheden, die bij dezen handel plaats hadden, een gordijn ook voor de ligchamelijke en zedelijke mar-telingen, die men haar, zelfs met vertrapping van alle ontzag voor hare jonkvrouwelijke kieschheid, deed ondergaan gedurende de vier maanden, die haar proces duurde. De ontknooping van het lot der eenentwintigjarige heldin eindige daarmede, dat de ongelukkige den 30sten Mei 1431 te Rouaan den brandstapel beklom, zonder dat koning KAREL de VIIde iets in het min- ste tot hare redding deed – eene vlek op zijne nagedachtenis, die noch door zijn dapperheid noch door zijn staatsbeleid immer kan worden uitgewischt, althans ook niet door de op zijn bevel, maar eerst na de allerdringendste vertoogen der nagebleven betrekkingen van de mishandelde, ingestelde herziening van het proces, die de eerherstelling harer nagedachtenis ten gevolg had.