OVER EDELGESTEENTEN. 161
te slapen, uit vreeze van bestolen te worden. Hij woont in een huis dat minder tot gemakt dan tot veiligheid ingerigt is; het kan brand en dieven weêrstaan. Het is omringd door een’ hoo-gen, dikken muur, waarop een chevaux de frise zoodanig aangebragt is, dat wanneer een vreemde hand op een der spij-kers gelegd wordt, onmiddelijk een bel begint te luiden. Deze verdedigingsmaatregel kost dne hertog niet minder dan 2,000 pd.
De diamanten worden bewaard in een in den muur gemetseld kastje, waar het bed des hertogs vóór staat, zoodat geen dief er kan inbreken zonder hem te wekken of te vermoorden.
Zoodoende kan hij ook den aanblik van al zijne schatten genieten zonder zijn bed te verlaten. Indien het kastje met geweld opengebroken werd, zouden vier geladen geweren af-gaan en den dief op staanden voet dooden, terwijl de gewe- ren met een alarmbel in verband staan, waarvan in elk vertrek een draad uitkomt, ten einde het gezin te wekken. Het herto-gelijk slaapvertrek heeft slechts een enkel venster; de grendel en het slot op zijne kamerdeur zijn van het sterkste ijzer en kunnen alleen geopend worden door iemand die met het geheim er van bekend is. Een kistje, twaalf geladen pistolen bevattende, staat naast het bed. Wie zou genegen zijn te ruilen met dezen armen rijke?
DE MONDSCHEIN SONATE.
BEETHOVEN deed op zekeren avond eene uitgestrekte wan-deling in den omtrek van Bonn. Hij was alleen; en die een-zaamheid had hij lief. Dan vergat hij de hem omringende wereld, vervaardigde zijne beste compostitiën die hij thuis ko-mende slechts op het papier te brengen had.
De toonen eener piano, welke uit een nabijzijnd landhuis kwamen, wekten hem uit zijne gepeinzen. Hij werd krachtig aangetrokken en luisterde: eene bekwame hand voerde een zij-ner meesterstukken uit. Hoe het kwam wist hij zelf zich niet