De Gracieuse 1863 | Page 153

OVER EDELGESTEENTEN.

III. DIAMANTEN EN HUNNE EIGENSCHAPPEN.

PLATO over de diamanten. – Eigenschappen van den diamant. – Gekleurde

diamanten. – Verbrandbaarheid. – Belangrijke proeven. – De mijnen van

Golconda. – Braziliaansche diamanten. – Een gelukkig koopen. – Bijgeloof

betreffende diamanten. – AGNES SOREL. – Waarde van edele steenen. – Het

Karaat. – TAVERNIER’S voorschriften.

De oudste berigten omtrent diamanten ontleenen wij aan PLATO, die zegt, dat deze edele steen gevonden wordt tusschen de lagen van goud- en zilvererts. Hij beschouwt hem als den kost-baarsten bloesem van het goud, waarin zijne edelste deelen tot een zuiver doorschijnende massa gevormd zijn. PLINIUS drukt zich op dezelfde wijze uit betreffende den diamant, van welken men geloofde, dat hij in goud groeide en daarin als het ware, een knop of knoop vormde. Hij plaatst hem aan het hoofd van alle delfstoffen en verklaart hem voor het kostbaarste voorwerp der wereld. Hij maakt melding van een groot aantel verschei-denheden in den diamant, doch stelt den Indiaanschen boven-aan. Hij heeft eenige verwantschap met het bergkristal want hij is even doorschijnend en heeft eene spits toeloopende ge-daante, alsof twee toppen door hunne bovenste oppervlakten te zamen verbonden waren. Op het aanbeeld gelegd, kan de diamant zulk een harden slag doorstaan, dat het aanbeeld en de hamer, eer zouden breken, dan hij-zelf. Het gemaakt gei-tenbloed alleen kan genoeg inwerken om hem broos te doen worden; doch zelfs in dit geval, waren het hardste ijzer en herhaalde slagen noodig. Eenmaal gebroken, kan hij in zulke kleine splinters verdeeld worden, dat zij met het bloot oog naauwelijks te bespeuren waren. Deze splinters werden vervol-