De Gracieuse 1862 | Page 57

C O N S T A N C E C H O R L E Y .

De straatdeur werd geopend en weder gesloten, de grendels werden verschoven en de sleutel werd omgedraaid in het slot, en ’t was voor het kind, alsof de geheele wereld was buiten-gesloten, en zij er naar toe loopen moest, om bescherming te vragen, eer het te laat was. Zij had het gesprek gehoord over den terpentijn. O, waarmede was haar vader toch bezig, en wat was hij voornemens – toen zij hem overviel, gebogen over de krullen? En waarvoor misleidde hij haar zoo? De akelige vrees wilde nu onder de oogen gezien en ondervraag wor- den – niet langer liet zij zich op zijde schuiven. Het kind voelde al hare zintuigen als werkeloos worden. Hare bevende kniën weigerden haar langer te dragen en zij moest zich aan het hek om den trap vasthouden, wilde zij niet vallen. Zij ziet echter zijn licht door den winkel terugkeeren. Zal zij hem in den weg durven treden? Ja, zij zal het; en de kreet: “vader, wat is dit? O, wat doet gij?” is op hare lippen; maar de welbekende voetstappen schijnen haar toen zij ze opvangt, haar vreeselijk vermoeden te verwijten. Hare vrees schijnt haar niets meer dan inbeelding toe, toen zij het bekende geluid al nader en nader hoort komen, totdat zij denkt, dat zij alles kan verdragen, liever dan dat hij haren argwaan zou zien; en zij schijnt met gevleugelde voeten de naauwe, steile trappen op te vliegen, geen enkele maal ophoudende, totdat zij hijgende naar adem in hare kamer blijft stilstaan.

Nu beproeft zij zich te ontkleeden, maar de vrees, met welke zij had geworsteld en die zij verdreven waande was nog niet