De Gracieuse 1862 | Page 369

HANDWERKEN EN MODES. 81

DOEK VOOR EEN MEISJE VAN 1014 JAAR.

(Haakwerk. Tunische steek.)

beide zijden van den band wordt een zijden koord gehecht, aan het einde van eenen zijden kwast voorzien, die naar wel-gevallen op zijde of van voren met eenen knoop om de taille wordt vastgemaakt.

De garneering is doorgaans eenvou-dig en degelijk: zij is van fluweel, ge-ribt zijden lint, guipure-kant, of git- ten gallon; het is dus nog al verschil-lend! Op de meeste boezelaars zijn taschjes of zakjes geplaatst, die in overeenstem-ming met den onderkant van het boezelaar gegarneerd worden.

Het boezelaar dat wij hier zullen be-schrijven, is van zwarte zwarte zijde, 13 duim breed en 71 duim lang. De zoom van onderen moet ongeveer 3 duim breed zijn en wordt gegarneerd met zwart geribt zijden lint van 3 duim breed, dat met punten wordt opgenaaid en rondom die punten nog met eene smalle guipure-kant wordt omzet, welke men er met kleine zwarte kralen opnaait. Van boven wordt het boezelaar naar het midden toen, 1½ à 2 duim uitgesneden, waardoor de ronding voor den band ge-vormd wordt. Die band wordt van de-zelfde stof gesneden en met stijf linnen gevoerd. Men omboord hem met een

Sephir wol, grijs perlé, granaatkleur en wit, haaknaald No. 24.

1ste toer. Men zet met de grijze wol 283 kettingsteken op.

2de toer. Men werkt den eersten toer

tamelijk dik koord, haalt het bovenge-deelte van het boezelaar op de wijdte van den band 3 maal in, (elke inhaling moet ¾ duim van elkander wezen), waarna men het boezelaar ana de wijdste ronding van den band naait; legt er het stijve linnen achter en naait er aan de ach-terzijde van dunne zwarte zijde eene voering tegen, zoodat hierdoor het stijve linnen als ook het aanzetten van het boezelaar bedekt wordt; dat zet men aan de zij-einden van den band een koord met kwasten of een elastiek koord met een lus en een knoopje, dat om de taille sluit.

Er worden twee zakjes of taschjes op-gezet, welken 14 duim van den zij-kant en 17 duim van den band worden ge-plaatst; elke tasch moet 16 duim lang en 15 duim breed zijn, wordt van on-deren naar het midden toe 6 duim in-gesneden, alsook op de zijde waardoor de tasch van onderen 2 punten ver-krijgt; verder garneert men haar met lint, (dit lint moet 2 duim breed zijn) kant en kralen, even als het boezelaar van onderen, en plaatst vervolgens aan el-ken punt van de tasch een langen zijden kwast, als ook een tusschen de beide punten in.

van den Tunischen steek, door het op-nemen van de steken.

3de toer. Als den tweeden toer van den Tunischen steek, dus het afwerken van de steken. Wij zullen hier in het vervolg den eersten toer van den Tunischen steek,