De Gracieuse 1862 | Page 359

stolplooijen op genoemde hoogte met een zoogenaamd hoofdje aan den rok, latende eene tusschenruimte van 4 duim tusschen elke 3 duim breede plooi. Aan den onderrand wordt dit bekleed-sel, dat niet te sterk moet worden aangetrokken, opdat het een dof vorme, geheel bedekt moet eenen 13 duim breeden vo-lant op gelijke wijze geplooid; voor het hoofdje daarvan rekent men 3 duim en alzoo hangt de volant 10 duim lager dan de rok.

De stof wordt voor het bekleedsel in de breedte en voor den volant in de lengte genomen.

Laat ons nu overgaan tot de beschrijving der modeplaat, die eerstens aangeeft een: Toilet voor groote avond- partij. – Kapsel. Het haar opgenomen in bandeaux à l’Impé-ratrice die zich van achteren verliezen in een strik, gewoonlijk noeud Apollon genoemd en waaruit eene massa kleine krul-len ontsnappen afhangend in den hals. Eene fluweelen torsade, sluitend aan groote gouden kastanje bladeren is diadeemvor- mig aangebragt, terwijl eene fraaije witte veer terzijde gehecht laag afdaalt en zich als ’t ware vereenigt met de krullen in den hals.

Taffen japon met garneersel van wit zijden chenille. Het lijf is zeer laag, heeft van voren en van achteren eene punt en is gegarneerd met eene wit chenille berthe. De mouw bestaat uit eene enkele dof waarop de franjes der berthe afhangen. Het garneersel van den rok, een chenille netwerk met franje omzet is rondom aangebregt in afgeronde slingers.

Huistoilet. – Een kapsel geheel van Iersche kant, in de rondte omzet met eene digte ruche die boven op het hoofd zich hecht aan een strik van helder blaauw.

Cravate avocat van geborduurd neteldoek omzet met kan-ten guipure. Effen grijze japon, gegarneerd met fluweel kant en passement.

Een collet-pélerine garneert het lijf, is geboord met

MODES. 71