De Gracieuse 1862 | Page 352

Dit patroon wordt van twee kleuren gehaakt, hetzij rood met zwart of solferino met maïs.

Het is voor verschillende werken te gebruiken, als sluimerrol, rugkussens enz., waarvoor men dan gewone sephir-wol neemt en eene haaknaald naar ver-kiezing, doch het moet niet te los ge-haakt worden. Het staat ook zeer lief voor beurzen, hiervoor gebruikt men dan fijne koordzijde en eene fijne haak-naald.

Wij zullen voor deze beschrijving de kleuren van roode en zwarte wol nemen.

Men zet met de roode wol de lengte of wijdte, die men noodig heeft met kettingsteken op. Dit patroon wordt van eene zijde gehaakt.

1ste toer. Vaste steken.

2de toer. 1 stokje * 4 kettingsteken, in den vijfden steek gestoken 1 stokje *, herhaal van * tot *.

3de toer. Zwarte wol. 8 stokjes, in elken tweeden kettingsteek van de 4 kettingsteken van den vorigen toer.

4de toer. 8 stokjes op de 8 stokjes van den vorigen toer; doch deze stokjes worden aldus gewerkt: men slaat den draad om de naald, steekt in den steek, slaat den draad om en haalt hem door de lus, slaat den draad weder om en haalt nem nu door de twee lussen heen, daar men nu door deze bewerking elk

stokjes op de naald houdt, wanneer men op deze wijze de 8 stokjes heeft ge-maakt, slaat men den draad om de naald en haalt hem in eens door al de stokjes heen; dan steekt men weder in het laatste van de 8 stokjes, slaat den draad om de naald en haalt hem door den steek, nu heeft men 2 zwarte steken op de naald; vervolgens neemt men de roode wol en haalt den draad door de beide steken heen, zoodat er zich nu een roode steek op de naald bevindt, en de 8 stokjes hierdoor nu als een bosje te zamen zijn genomen; men laat den zwarten draad hangen, en werkt nu met de roode wol 4 ket-tingsteken, dan laat men den rooden draad hangen en werkt nu weder de 8 stokjes zoo als beschreven is, doch men zorge, dat de zwarte draad niet al te strak tusschen de 8 stokjes in ligt, daar het werk anders in zoude trekken.

5de toer. Roode wol, 1 stokjes op den tweeden kettingsteek van de 4 ket-tingsteken van den vorigen toer, 4 ket-tingsteken, zoo de geheele toer; doch bij het werken van het stokje moet men tevens den zwarten draad van den vorigen toer mede inwerken, daar die draad tusschen de stokjes in, anders zigtbaar zoude wezen.

Men herhaalt dan weder van den derden toer.

64 HANDWERKEN EN MODES.

PATROON VOOR KUSSENS.

(Haakwerk).