De Gracieuse 1862 | Page 346

bladeren worden naast elkander geplaatst en daar, waar het papier tusschen de bogen is ingesneden, moet ongeveer 4 duim open blijven tusschen de andere 5 bladeren. Het opzetten van den blade-renrand op het kleedje wordt bedekt door eenen breeden rand, welke, zooals de afbeelding aanwijst, geregen wordt van opaal witte en lange gegalvaniseerde kralen, en naar buiten een weinig hoog staande wordt opegezet. Dit garnituur wordt voleindigd door een geregen kralen koord, dat langs den buitenkant van het papier wordt gehecht, achter de bladeren om moet loopen en tusschen de bladeren in met eenen slinger over den regten rand heen, zoodat het onderste

Een gedraaide houten stander zwart verlakt, solferino reps, groene koord-zijde, zwarte soutache, dun goudkoord, witte zijde voor de voering, taf lint No. 4 van dezelfde kleur als het reps, zwart en goudkleurig als het koord, en taf lint No. 9 solferino met zwart.

De stander, welke een even nuttig als sierlijk gereedschap is bij de werk-tafel, bestaat uit een gedraaiden stijl op een drie-voet, die van boven eenen knop heeft, om bij op te kunnen vatten. Aan het midden van den stijl worden aan eene kleine schijf, welke om den stijl kan draaijen en die van drie kleine knopjes of ringetjes voorzien is, 3 pe-perhuisvormige tasschen met een zijden koord vastegemaakt, welke dienen tot

gedeelte van den slinger op het fluweel ligt. Het koord moet ongeveer 148 duim lang wezen.

Men rijgt voor dit koord, volgens ons origineel, 300 opaal witte kralen aan, en rijgt 8 toeren het gewone kralen-mosaïk, vervolgens rijgt men den laatsten toer aan den eersten toer, waardoor het koord nu rond gemaakt is, de beide einden worden zoo net mogelijk onder de kralenbladeren aan elkander gezet, daar het op die plaats het minst in het oog loopt.

Dit alles verrigt zijnde, legt men tegen de achterzijde van het kleedje gekleurd of wit papier, ook kan men er van parcal eene voering tegen naaijen.

berging van het werk, waarmede men bezig is, als ook voor de benoodigd-heden daarvan. Deze peperhuizen zijn van dun bordpapier, opdat zij goed in het fatsoen zullen blijven. De buitenste bekleeding is van reps, en wordt vol-gens de gegevene afbeelding op plaat XX, fig. 1 bewerkt; het figuur, dat boven aan is, en de palm worden met 2 rijen goudkoord opgenaaid (het koord moet de dikte hebben van dikke koordzijde) doch men naait dit niet even als het soutache op, maar men steekt met een kleinen steek, hetzij met roode of witte naaizijde, over het koord heen en legt de steken op gelijken afstand van elk-ander; verder wordt de palm met kleine moesjes van zwarte kraaltjes gewerkt. Het figuur om de palm heen zijn twee

58 HANDWERKEN EN MODES.

WERK-STANDER.

(Plaat XIX).