De Gracieuse 1862 | Page 328

Om deze halve ruiten te maken werkt men het volgende: er worden 3 ketting-steken opgezet, doch men meerdert aan eenen kant, namelijk op deze wijze: 1 kettingsteek, 2 vaste steken, in den derden steek twee vaste steken; den vol-genden toer 1 kettingsteek, in den eer-sten steek 2 vaste steken; dan 3 vaste

Glansgaren No. 150. Knooppen No. 13 en No. 19.

Men zet 42 mazen op de pen No. 13 maakt het tot eene rondte en knoopt 8 toeren.

1ste toer. * Men knoopt met dubbeld garen en pen No. 19 gewone mazen.

2de toer. Men knoopt eerst de tweede en daarna de eerste, dan de vierde en daarna de derde maas en zoo vervol-gens den geheelen toer.

3de toer. Gewone mazen.

4de toer. Weder als de tweede toer.

Dan 6 toeren regte mazen, weder met enkel garen en de pen No. 13 *.

steken; zoo gaat men voort altijd den eenen toer aan het einde en den anderen toer aan het begin meerderende, daar men éénen gelijken kant moet houden; ook wanneer men er de toer 2 kettingsteken en 1 stokje om heen werkt moet dit aan de twee schuine en niet aan den regtenkant gewerkt worden.

Men herhaalt van * tot * nog tweemaal.

Kantje voor het mofje.

Met dubbeld garen en de pen No. 19 1 toer regte mazen; dan 1 toer in elke maas 3 mazen, en eindelijk met de pen No. 13, 1 maas in de drie mazen, waarmede het mofje afgewerkt is.

De eerste toer raden wij aan met dubbeld garen te knoopen, voor de sterkte, omdat daar een wit satin lintje wordt doorgeregen. Van onderen om het polsje wordt ook een lintje inge-schoven, namelijk door den eersten toer van het kantje.

40 HANDWERKEN EN MODES.

MOFJE VOOR EEN PASGEBOREN KIND.

(Knoopwerk).