De Gracieuse 1862 | Page 325

bindt men ze door eenen losse steek aan elkander. Hiermede is eene ster afge-werkt.

Van deze sterren maakt men zooveel als men noodig heeft voor een antima-casser, daar dit van de grootte afhangt waarvoor zij bestemd is. Dan hecht men de sterren met de punten aan elkander; de openingen welke men tusschen vier aan elkander gezette sterren hierdoor verkrijgt, vult men met de volgende kleine rozetten aan.

Men zet 20 kettingsteken op, ver-bindt het tot eene ronding en werkt 40 vaste steken in die rondte; dan 8 maal 9 kettingsteken in den vijfden steek 1 vaste steek, men knipt den draad af en bevestigt die weder op de middelste steek van de 9 kettingsteken; dan werkt men 8 maal 13 kettingsteken 1 vaste steek telkens op de middelste steek der 9 volgende

Haakgaren No. 40. Haaknaald No. 4.

1ste toer. Men zet zooveel ketting-steken op als men noodig heeft voor de geheele Antimacasser. Men knipt voor deze kant bij elke toer den draad af.

2de toer. Vaste steken.

3de toer. 1 stokje, 2 kettingsteken in den derden steek gestoken.

4de toer. Vaste steken.

5de toer. 1 vaste steek, 5 ketting-steken in den vierden steek gestoken.

kettingsteken. Vervolgens knipt men den draad weder af en begint dan laatsten toer, waarmede men nu de rozet aan de sterren verbindt. Men bevestigt den draad op de middelste steek van de 13 kettingsteken, werkt * 8 kettingsteken en verbindt nu de rozet door eene losse steek daar waar de twee sterren aan elkan- der gehecht zijn, dan 8 kettingsteken 1 vaste steek op de middelste steek der eerstvolgende 13 kettingsteken van de rozet, vervolgens weder 8 kettingsteken, 1 stokje met tweemaal omslaan, daar waar de twee vierkanten der ster met elkander verbonden zijn, dan weder 8 kettingsteken 1 vaste steek op de mid-delste steek der volgende 13 ketting-steken * herhaal dit nog 3 maal waar-door nu de rozetten aan de sterren zijn verbonden en de groote openingen zijn gevuld.

6de toer. In den middelsten of der-den steek van de eerste 5 kettingste-ken, wordt 1 vaste steek, 5 stokjes en 1 vaste steek in éénen steek gewerkt, * vervolgens 3 kettingsteken, in de vol-gende derde steek van de 5 ketting-steken weder 1 vaste steek, 5 stokjes en 1 vaste steek in éénen steek * her-haal van * tot * nog 11 maal.

7de toer. Evenzoo, doch nu op de middelste steek der eerste drie ketting-steken, zoodat er 12 schulpjes komen.

HANDWERKEN EN MODES. 37

GESCHULPTE KANT VOOR ANTIMACASSERS.

(Haakwerk). (Plaat XI, Fig. 2).