De Gracieuse 1862 | Page 279

BARBARA UTTMAN. 271

welks licht door karaffen of glazen kogels met water helder op het kantkussen valt.

Reeds met het zevende jaar beginnen de kinderen met een-voudige patronen te werken. Al den tijd die niet in de leerschool, dat is de gewone school, wordt doorgebragt, wordt in de kant-school besteed. Door den staat worden er niet minder dan 25 zulke kantscholen of klöppelschulen ondersteund. In menige kantschool zitten niet minder dan honderd kleine vlijtige wer-kers, ’s voormiddags van tien tot twaalf en ’s namiddags van drie tot zes of zeven, in den winter dikwijls tot tien uur met onverstoorbare ernst aan den arbeid. Op de dorpen leeren bijna alle meisjes zonder uitzondering en van de jongens ongeveer het derde gedeelte de sierlijke kunst, waartoe, vreemd genoeg, de jongens meer aanleg hebben dan de meisjes. Als deze laatsten later betere werksters worden, hebben zij dat slechts aan de onophoudelijke oefening te danken.

Bijna elke groote industrie knoopt zich, zij het door hare uitvinding of door hare verbreiding aan den een of anderen naam vast, die zoodoende voor de dankbaarheid van volgende eeuwen bewaard blijft. Op het kerkhof te Annaberg in het Ertsgebergte staat een monument van zandsteen en daarop het volgende opschrift:

Hier ruht

BARBARA UTTMANN,

gestorben d. XIV Januar MDLXXV.

Sie ward durch das im Jahre MDLXI von iht erfundene

Spitzenklöppeln die Mohlthäterin des Erzgebirges.

Dat opschrift is in zooverre onjuist, als reeds in dien tijd het kantklossen in de Nederlanden uitgevonden was en dus niet meer in het Ertsgebergte uitgevonden behoefte te worden. Maar toch moet Barbara Uttmann als de weldoenster van haar vaderland beschouwd worden: want zij was het die het kantklossen in het Ertsgebergte invoerde.

In den Wilden Ecke, wilde hoek, zoo als de woeste en boschrijke omtrek van den Pöhlberg tot in het laatst der 15de