De Gracieuse 1862 | Page 277

DE TIEN GEBODEN DER ZAMENLEVING.

1. Spreek weinig, luister veel, val nooit in de rede.

2. Wees altijd natuurlijk zoowel in uwen toon als in uwe ge-dachten.

3. Uwe stem zij niet zóó zacht dat het inspanning kost om u te verstaan, maar ook niet zóó luid dat het vermoeijend is naar u te luisteren.

4. Spreek met een ieder over wat hij het best weet of wat hem het liefst is; waag niets bij hen die gij niet kent.

5. Wanneer gij iets verhaalt, zorg dan dat allen u met be-langstelling kunnen aanhooren; vermijd immer alle noodelooze uitweiding.

6. Voorkom in alle zaken het te veel.

7. Zoek meer te behagen dan te schitteren; stel uzelven niet op den voorgrond; neem zelf uw deel niet van de loftuitingen die gij uitdeelt, en vooral laat men niet kunnen denken dat gij die alleen geeft om wederkeerig geprezen te worden.

8. Wees in uwe gesprekken noch al te gestreng noch al te toe-gevend.

9. Toon u welwillend zonder vleijerij, opregt zonder ruwheid, draag zorg niemand te beleedigen; scherts niet te dikwijls, en vooral nooit met kwaadheid.

10. Ontzie de meenigen van anderen, zelfs hunne vooroor-deelen; neem tegenspraak altijd goedwillig aan en uwe weder-legging worde nooit een twistgeding.