De Gracieuse 1862 | Page 142

134 DE MAAND DECEMBER.

’t Is onze schuld niet, maar die van den almanak, dat we zoo weinig plaats overhouden voor de vermaarde dames, in December geboren of overleden. Slechts een paar er van willen we nog met een paar woorden vermelden.

Den 5den December 1542 werd MARIA STUART geboren. Zij was eene dochter van JACOBUS V, koning van Schotland, en van MARIA VAN LOTHARINGEN. Geene vorstin is ons bekend, welker geschiedenis en uiteinde, in die mate als de hare, de stof heeft geleverd voor het treurspel. De namen van VONDEL en SCHILLER moeten we hier in de eerste plaats noemen. Hare geschiedenis is naauw ineenge-weven met die van de godsdienstgeschillen der zestiende eeuw; eene ijverige Room-sche was zij, en zoo zij zich door verkeerden godsdienstijver heeft laten vervoeren tot stappen en wreedheden, die door niemand kunnen worden goedgekeurd, – zwaar boette zij er voor door achttienjarige gevangenis op bevel van hare nicht ELISABETH, koningin van Engeland, die haar den 18den Februarij 1585 deed onthoofden. Of zij schuldig stond aan den moord van haren tweeden gemaal HEN- DRIK STUART . . . . het is meer beweerd dan bewezen, en de geschiedenis dezer vorstin wacht, in weerwil van al wat over haar geschreven is, nog op eene bearbeiding, vrij van allen invloed van godsdienstige rigting.

Den 28sten December 1715 overleed eene zeer begaafde kunstenares: JOHANNA KOERTEN, die in het jaar 1650 geboren werd en uitmuntte in allerlei kuntsmatige handwerken. Vooral bragt zij het veel verder dan ooit iemand voor of na haar, de begaafde SCHURMAN zelfs niet uitgezonderd, in de kunst om allerlei figuren te vervaardigen in papier, alleen met behulp van eene schaar en een pennemes. “Hare nog voorhanden zijnde kunststukken,” schreef de opsteller van dit maand-overzigt elders aangaande haar, “zijn voorwerpen van bewondering voor kenners, daar zij met de schaar alles uitwerkte wat de ervarene hand met de teekenpen kan verrigten van portretten, landschappen, boomen, bloemen, kunstletters enz. Haar roem verbreidde zich zoo ver, dat zelfs vorsten iets van hare hand in hun album begeerden en de keurvorst van den Paltz haar ƒ 1000 bood voor drie stukjes van haar snijwerk; maar zij wilde ze niet afstaan omdat zij er zooveel werk aan had gehad.” Trouwens, zij had het ook niet noodig, want haar echtgenoot ADRIAAN BLOK was een zeer welgesteld man. “Voor MARIA JOSEPHA VAN NEURENBURG, gemalin van den Duitschen keizer LEOPOLD, vervaardigde zij een overheerlijk stuk, bestaande in bloemen, wapens, arenden en kroonen met loofwerk versierd, van gevlochten zijde, waarvoor meer dan ƒ 4000 betaald werd; den keizer zelven portretteerde zij met treffende gelijkenis in papier, met de schaar gesneden, welk kunststuk te Weenen in de kunstkamer, met een Latijnsch bijschrift van FRANCIUS, werd opgehangen. Ook voor de koningin van Engeland en andere vorstinnen ver-vaardigde zij overheerlijk kunstgewrochten. Haar roem was overal bekend en redenaars en dichters roemden haar, bij haar leven en na haren dood.”

Wij hopen dat onze geachte lezeressen het jaar gelukkig en genoegelijk ten einde brengen. Te volgenden jare hopen wij elkander op nieuw te ontmoeten.