De Gracieuse 1862 | Page 130

122 PRUIKEN EN PRUIKMAKERS.

de natuur krullen, of ten minste in staat zijn om langen tijd de krullen te behouden die er in gemaakt zijn. In het algemeen heeft het haar vele gebreken en onvolmaaktheden, die men ver-dragen moest of op zijn hoogst weten te ontveinzen, voordat de pruik was uitgevonden. Er zijn vele menschen die zeer dun haar hebben; er zijn ziekten waardoor het haar uitvalt, het valt som-tijds zelfs zonder merkbare oorzaakt uit, zoodat niet slechts oude lieden, maar ook jongen kaal worden voor den tijd. Men moest dus zijne toevlugt nemen tot kapjes, zoogenoemde kalotjes: een treurig en smakeloos hoofddeksel, vooral als er geen krans van haar onderuit komt. Om aan die onaangenaamheid te gemoet te komen, vond men in het begin van de regering van LODEWIJK XIII uit, aan het kalotje een rand van haar te maken. Vervol- gens vond men uit het haar te vlechten in een weefsel, dat men point de Milan noemde. Men naaide stroken van dat zoo met haar voorziene weefsel op het kalotje, en maakte dit dun- ner en ligter door het te vervaardigen van zoogenoemd cane- pin, eene zeer dunne soort van zeemleer, en zoo kwam de eerste pruik in de wereld.”

Die uitvinding van de pruik scheen “zoo goed en zoo wel-dadig” dat de groote koning in 1656 acht en veertig barbier-pruikmakers aanstelde die aan het hof verbonden waren, en twee honderd ten dienste van het publiek.

In 1673 werden er bij een edict nog twee honderd anderen bijgevoegd. Die nieuwe mode deed veel geld uit het land gaan, want men moest voorraad van haar van buitenslands halen, daar de inlandsche productie niet voldoende was om in de behoefte te voorzien. COLBERT maakte zich ongerust over dien uitvoer van geld: hij wilde de zaak in den grond aantasten en te dien einde de pruiken door mutsen vervangen waarvan men zelfs aan het hof eene proeve nam. De pruikmakers haastten zich om zich bij den koning te beklagen: zij zeiden onder anderen dat het geld, dat uit het land ging om de grondstof te kunnen invoeren, er met groote winsten in terugkeerde door den uitvoer van daarvan gemaakte pruiken: de stad Parijs zond pruiken naar Spanje, Italie, Engeland, Duitschland en vele an-dere staten. COLBERT liet zijne mutsen varen en de pruikma-