C O N S T A N C E C H O R L E Y .
III.
Toen CONSTANCE zich dus door het vuur van vader en broe- der gescheiden zag – van alle kanten als ingesloten en aange- staard door een vreeselijken dood – ontviel haar plotseling al die overspanning en bovennatuurlijke kracht, en werd zij andermaal het hulpeloos angstig kind. Een oogenblik stond zij met verwilderden blik in het vuur te staren, om te zien of er niet welligt een duim breed van het togtscherm nog veilig was, als zij het waagde er den voet op te zetten, maar het krulde ineen als papier, en brokkelde weg van stuk tot stuk. De af-schuwelijke stank der brandende dekens benaauwde haar; zij sloot daarom de deur en waggelde terug in de kamer. Wanhopig gre-pen hare vingeren het slecht sluitende venster; maar schoon zij er in slaagde het wat verder te openen veel won zij niet; het bleef eensklaps onbewegelijk en werd dat niet minder door de onstuimige drift, waarmede het kind trachtte het ver genoeg open te stooten, om naar buiten te zien of zij welligt naar be-neden zou kunnen springen. Toen die poging met het venster mislukte, onderwierp zij zich geheel, en zonk neder op den grond, niet geheel bewusteloos – hoeveel beter ware haar dit geweest – maar juist nog helder genoeg van geest om haren vreeselijken toestand ten volle te beseffen, zonder de magt om dien te kunnen bestrijden. De brand maakte groote vorderingen en drong weldra in de kamer door het dun gepleisterde beschot tegenover de deur; een balk, van oud vermolmd hout, die van