De Gracieuse 1862 | Page 102

94 DE MAAND NOVEMBER.

in haar ziet men ook weder bevestigd, dat het doordringendste verstand niet van zelv’ ware wijsheid medebrengt; want de groote SCHURMAN verviel in het gods-dienstige tot de treurigste dweeperij. Hare levensbeschrijving door Dr. SCHOTEL zal niemand onzer lezeressen onvoldaan uit de handen leggen, al spreekt die ge-leerde man bij wijlen wat geleerd over eene geleerde vrouw.

MARIA VAN OOSTERWIJK, eene uitmuntende bloemenschilderes, overleed den 12den November 1693 ten huize van haren neef, den predikant JACOBUS VAN ASSENDELFT te Uitdam. Van den hoogen prijs waarom hare bloemstukken reeds bij haar leven werden gesteld zouden wij veel kunnen zeggen; maar liever bevelen we onze lezeressen aan om te lezen het heerlijke boekje over haar, dat onze begaafde romanschijfster Mevr. BOSBOOM TOUSSAINT onlangs in het licht gaf. Zie hierboven, October-aflevering, bladz. 47.

Eindelijk moet ik nog even den almanak voor onze lezeressen opslaan, omdat de 19de November 1421 de dag was waarop een der verschrikkelijkste water-vloeden plaats had, die immer den vaderlandschen bodem hebben geteisterd. Niet minder dan 72 dorpen in Zuidholland werden overstroomd, van welke 45 niet weder herrezen van de vreeselijke ramp, die aan vele duizende menschen het leven kostte. De Biesbosch is nog het treurige overblijfsel van deze ontzettende gebeurtenis, welke eene treurige bijdrage te meer levert tot de treurige geschie-denis der ongelukkig JACOBA VAN BEIJEREN.

NIEUWE BOEKEN.

Bij de tegenwoordig zóó algemeene beoefening der engelsche taal mogen wij immers wel van de meeste onzer lezeressen onderstellen, dat zij niet altijd zich tevreden stellen met vertaalde lektuur? Met die hoop dan vragen wij hare be-langstelling voor twee werkjes, het eene in proza, het andere in poëzy, beide bloemlezingen verzameld door C. H. GUNN “The golden treasury” beantwoordt door voortreffelijken inhoud aan de verwachting die het nette bandje en de fraaije titel natuurlijk opwekken; elk genre van dichtkunst is er waardiglijk vertegen-woordigd. Op bladz. 104 vindt men van BYRON eene uitmuntende schildering van het hedendaagsch Griekenland; wie haar bewondert als wij, leze de keurige ver-taling er van, die DS. TEN KATE voor een paar jaren ons schonk onder den titel van “de Giaour.” Op bladz. 100 leest ge van verschillende schrijvers eene om-schrijving van wat de vrouw is of moet zijn: korte kernachtige regelen, die juist daarom zoo ligt in ’t geheugen kunnen blijven. Over ’t geheel beantwoorden de verzen aan de vereischten van goeden smaak en fijn gevoel, en meenen wij dat dit werkje zoowel door uiterlijk als door inhoud een eereplaats verdient op den boekenhanger of het werktafeltje onzer jonge dames. – In een zeer, zeer