376
. 4
Ziekenzorg in Calvariënberg
De middeleeuwse ziekenhuizen voor besmettelijke zieken, het leprozenhuis aan de weg naar Aken en de pestbarakken in Het Nieuwe Bolwerk buiten de Helpoort werden in 1628 gevolgd door een huis voor‘ siecken, armen ende gebreckelycke menschen’ aan de Kommel, aan de westzijde van de stad, dichtbij de tweede stadsmuur. Op Goede Vrijdag 1628 vestigde de vrome Elisabeth Strouven zich daar in een stadsboerderijtje met vijf volgelingen. De verheffing van het terrein, haar speciale devotie voor de lijdende Christus en het kerkelijk feest van de dag gaven haar in haar nieuwe kloostertje Calvariënberg te noemen. Weldra herschiep Elisabeth de paardenstal in een huiskapel en de varkensstal in een ziekenzaaltje. Hierin was plaats voor vier bedsteden ten behoeve van zieke arme vrouwen. Daaraan bestond op dat moment in Maastricht een grote behoefte omdat veel gasthuizen gesloten waren of een andere, meer logementachtige bestemming hadden gekregen. Arme zieken hadden daarvan als eersten de nadelige gevolgen ondervonden.
Het uitbreken van de pest in 1631 bracht nieuwe arbeid met zich mee. Enkele zusters wijdden zich met gevaar voor eigen leven aan de zorg voor de pestlijders, die men in het open veld buiten de de Duitse poort had geconcentreerd. In die tijd verbleef de griffier van het Luikse hooggerecht De Montaigne in het huis van de zusters. Omdat hij een lening die zij hem hadden verstrekt, niet kon terugbetalen, verviel zijn statige huis in Hoeselt na zijn dood in 1633 aan de zusters. Zij hadden daarin net hun intrek genomen, toen in Maastricht weer de pest uitbrak. Met succes smeekte het stadsbestuur Elisabeth Strouven de verpleging van de pestlijders opnieuw op zich te nemen. De zusters richtten ijlings hun klooster én een ruime schuur daar vlakbij aan de huidige Calvariestraat in als ziekenhuis. Zij verzorgden veel patiënten, maar meer dan vierhonderd pestlijders overleden, onder wie Elisabeths biechtvader en een medezuster.
Twee jaar later zagen de zusters zich opnieuw voor een zware verpleegtaak geplaatst. Na de Maasveldtocht van 1632, die de Spanjaarden uit Venlo, Roermond en Maastricht had verdreven, besloten de Staten-Generaal in Den Haag met een nieuwe veldtocht, nu vanuit Maastricht, de Zuidelijke Nederlanden helemaal te veroveren. Zevenhonderd zuidelijke soldaten werden krijgsgevangen gemaakt, van wie er tweehonderd ziek waren. De zusters kweten zich van hun zorgtaak, hoewel hun inspanningen voor de tweehonderd zieke soldaten uitgelegd konden worden als hulp aan de vijand. Het wantrouwen tegen de zusters onder de nu steeds vaker protestantse Brabantse leden van de stadsraad leidde ertoe dat de stad de zusters geen grote verpleegacties meer toevertrouwde. Elisabeth Strouven was daar niet rouwig om, want zij maakte zich er zorgen over dat door al die externe inspanningen steeds minder tijd overbleef voor het religieuze leven. Daarom verbleef de kleine gemeenschap vrijwel voortdurend in het kloosterhuis in Hoeselt.