Van godshuis naar academisch ziekenhuis | Page 192

190
Voor de naam van het nieuwe ziekenhuis zocht het Burgerlijk Armbestuur in de geschiedenis van de ziekenzorg in Maastricht. Daarbij dacht men aan Sint-Servaasgasthuis, Cellebroedersziekenhuis, Elisabeth-Strouvenziekenhuis en zelfs aan Nieuw
Boven: De Zusters onder de Bogen, de congregatie van de Liefdezusters van de H. Carolus Borromeus, gewaardeerd om de toegewijde verpleging en de verzorging van patiënten in Maastricht. Vanaf 1843 in het Calvariënberg ziekenhuis en vanaf 1950 tot 1982 in het Sint Annadalziekenhuis. | RHCL Archief B. I. W. M. documentatiedoos 1
Calvariënberg. De uiteindelijke keuze verwees naar het‘ convent van Sint-Annendael’, een klein klooster in de Sint- Jacobsstraat, waar zusters in de vijftiende eeuw zieke vrouwen en weeskinderen hadden verzorgd. Dit klooster was eind zeventiende eeuw samengegaan met het klooster Calvariënberg, waaruit de naam‘ Calvariënberg op de Kommel en Sint Anna’ was ontstaan. Met de afsplitsing van de ziekenhuiszorg verliet Sint-Anna het Calvariënbergcomplex, zo was de gedachte.
Bij de opening van het ziekenhuis droeg de voorzitter van het Burgerlijk Armbestuur, mr. H. A. L. M. Disch, het bestuur van het nieuwe ziekenhuis over aan het bestuur van de nieuwe stichting Sint-Annadal. Dit markeerde een bijzondere overgang. Zoals in veel Nederlandse steden werden ziekenzorg, armenzorg en zorg voor ouderen en gebrekkigen traditioneel behartigd en bestuurd door de regenten van instellingen van liefdadigheid, al of niet aan de kerk verbonden. In Maastricht was dat vanaf het begin van de negentiende eeuw het Burgerlijk Armbestuur. Lange tijd lag daarbij het hoofdaccent op de gasthuisfunctie van verzorging en verpleging van armen. Aan het eind van de negentiende eeuw, maar vooral na de Tweede
Wereldoorlog kwam daarin snel verandering. Door de verstedelijking was de zorg en de behandeling van zieken thuis steeds minder goed mogelijk. Er kwamen betalende‘ particuliere’ patiënten, de medische kennis en vorderingen van de chirurgische techniek hadden meer te bieden. Daardoor werd de intramurale zorg voor zieken toenemend in ziekenhuizen geconcentreerd. Dit leidde ook tot de instelling van specifieke besturen voor ziekenhuizen. Het bestuur van de stichting Sint- Annadal werd bij de opening van Annadal geïnstalleerd als ziekenhuisbestuur. Het Burgerlijk Armbestuur keek echter als een soort voogd nog mee over de schouders van de stichting naar de investeringen en het budget van het eerste zelfstandige ziekenhuis in Maastricht.
Het Annadal van 1950 was weliswaar een nieuw ziekenhuis, in menig opzicht was het echter ook een voortzetting van het ziekenhuisdeel van Calvariënberg. Negen van de twaalf specialisten van het eerste uur kwamen uit de kliniek van Calvariënberg, evenals ruim honderd zusters van de congregatie van de liefdezusters van de heilige Carolus