Ik zat en ik keek toe. Ze las de krant en
at chips. Dit was een iemand die als
ambtenaar werkte en op weg naar huis.
Ze moest de hele dag de telefoon
opnemen. Ze had eens geteld, ze zei wel
driehonderd keer goede-, gevolgd door
een dagdeel. De zak moest leeg en ik
mocht alles zien. We reden voorbij Bijlmer
Arena en door naar Station Amstel. Haar
jas was open en op het geruite bloesje lag
een verloren stukje chips. We stopten bij
Amstel. In de 5 minuten tot het Centraal
Station keek ik naar een stukje chips,
er gebeurde niks. We reden het station
binnen. Voordat het stukje kon vallen,
stond ik op. Het lag daar zo mooi en dat
moest zo blijven.
6