TEKST SIMONE DEN BRABER FOTO’ S JOHN VAN HELVERT
Wisseling van de wacht
8 MARINE MAGAZINE
De Chef der Equipage van de Koninklijke Marine behartigt de belangen van alle onderofficieren en manschappen bij de Commandant Zeestrijdkrachten luitenantgeneraal der mariniers Rob Verkerk. Hij is daarmee het gezicht van zo’ n 6.000 man. Op 15 december droeg Dirk Harting deze functie over aan Jack Gouda. Een gesprek over de rol, uitdagingen en successen.
In vroegere tijden was de Chef der Equipage de oudste onderofficier aan boord. Als een vaderfiguur was hij de verbinding tussen het vooruit en achteruit. Hij was de man die lijfstraffen uitdeelde, maar ook de man die een aai over de bol gaf. Na zoveel jaar is de rol grotendeels veranderd, maar in de kern nog steeds hetzelfde. Harting:“ De Chef der Equipage handhaaft ook nu op een vaderlijke manier tucht en orde. Hij is letterlijk de man naast de commandant en in onze situatie de man naast de baas van de Koninklijke Marine. Als vertrouwenspersoon van de commandant zorgt hij voor verbinding tussen de commandant en de onderofficieren.” Harting en Gouda werkten allebei als Chef der Equipage aan boord van schepen. Harting:“ Dat is natuurlijk wat overzichtelijker, dan zijn er‘ slechts’ 150 tot 200 mensen die je vertegenwoordigt. Maar in feite is de rol niet anders.”
Een plek in de admiraliteitsraad Volgens Harting vraagt de generaal zich soms af of hij het contact met de werkvloer verliest.“ Dat bestrijd ik. Hij weet dondersgoed wat er aan de hand is, maar daar zijn wij voor: hem op de hoogte houden van wat er daadwerkelijk gebeurt. Daarvoor hebben we een-op-een overleg en gaan we bijna wekelijks op werkbezoek.” Maar het mooiste volgens Harting:“ Dat we als gezicht van de equipage zitting hebben in de admiraliteitsraad. Dat is een mooie ontwikkeling waar we trots op zijn. In de afgelopen tien jaar zijn wij opgeklommen naar een adviserende rol naast de Commandant Zeestrijdkrachten. En dat gaat verder dan alleen werkgerelateerde zaken. Ik kan gerust aan de generaal vragen hoe het met hem gaat. En zo is het ook op een schip. Wie vraagt aan de commandant hoe het met hem gaat? Nou, dat zijn wij.”
Beleidsvisie voor onderofficieren De afgelopen drie jaar lag voor Harting de focus op het vervolg van de beleidsvisie waar in 2007 mee gestart werd:“ Jules de Bree begon met de implementatie van een beleidsvisie. Hierin staat hoe wij vinden dat onderofficieren in deze organisatie moeten staan. Gedurende de afgelopen jaren zijn we als onderofficieren op een plek gezet waar we graag willen zijn. De vraag kwam daarom op: gaan we weer een visie verzinnen of gaan we al die noeste arbeid borgen? We kozen voor het laatste en maakten een domeinomschrijving.”
Harting spreekt bewust over‘ we’. Gedurende zijn jaren in zijn rol was hij het gezicht van de Adviesraad Onderofficieren Konink-