|
De
Operationele Energiestrategie( OES) ligt bij de Tweede Kamer. De groeiende energiebehoefte van Defensie heeft grote invloed op de effectiviteit van de inzet van militaire middelen. Vraag is in hoeverre nieuwe onderzeeboten bijdragen aan de ambities van de OES om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen.
|
Naast operationele overwegingen wil Defensie haar maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en bijdragen aan de Europese en nationale doelstellingen om klimaatverandering tegen te gaan. De OES kent drie speerpunten: missie, ambitie en strategie. Missie – Defensie richt zich op het terugdringen van de energieafhankelijkheid in operaties en de voorbereiding daarop, en vergroot daarmee de effectiviteit, efficiëntie en weerbaarheid van de krijgsmacht. Gelijktijdig wordt hiermee de belasting op het milieu verminderd en geeft Defensie invulling aan haar maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Ambitie – De krijgsmacht is in 2050 in staat om grotendeels onafhankelijk van fossiele brandstoffen op te treden en voor langere duur operaties uit te voeren zonder aanvoer van energie. Defensie heeft de volgende ambities: in 2030 is de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen met tenminste 20 procent gereduceerd ten opzichte van 2010. In 2050 is de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen met tenminste 70 procent gereduceerd ten opzichte van 2010. In 2030 wordt 50 procent van de benodigde energie op kampementen duurzaam opgewekt. In 2050 zijn kampementen volledig zelfvoorzienend op energiegebied.
Strategie – Versterken kennisbasis en het innovatieve vermogen op het gebied van energie. Structureel reduceren van het energieverbruik. Vergroten aandeel van duurzame energie in de energievoorziening in operaties. Bevorderen van individueel en collectief energiebewust gedrag.
Technologie“ Systemen die de komende tien tot vijftien jaar op de markt komen zijn veelal gebaseerd op bestaande technologie. Meer winst kan worden geboekt bij de introductie van nieuwe wapensystemen, op basis van doorbraaktechnologieën op energiegebruik,” stelt kapitein ter zee bd. Marcel Hendriks Vettehen, adviseur marine bij de stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid( NIDV) en voorzitter van het Operationele Energie Platform.( Hij publiceert regelmatig artikelen over Defensie en energievraagstukken op de website energievoorinzet. nl.)
De Koninklijke Marine beschikt over vier dieselelektrische onderzeeboten van de Walrusklasse. De levensduur loopt tot 2025. De marine wil de boten tegen die tijd vervangen. In juni 2016 stuurde minister Hennis van Defensie de zogenaamde A-brief over de vervanging van de Walrusklasse onderzeeboten aan de Tweede Kamer. In deze Kamerbrief schrijft Defensie over
|
de eisen, maar ook over internationale samenwerking met Duitsland, Noorwegen en Zweden. Met deze brief is de komst van onderzeeboten overigens niet zeker. Hennis schrijft dat in de volgende fase( de zogenaamde B-fase die loopt tot 2018) onderzoek gedaan moet worden naar óf de capaciteiten van de Walrusklasse wel vervangen moeten worden door onderzeeboten.
Gevechtskracht Alleen wapensystemen die minder brandstof gebruiken dan de wapen systemen die ze vervangen, dragen bij aan een veiligere wereld, stelt Hendriks Vettehen.“ Onderzeeboten gebruiken in relatie tot hun gevechtskracht ogenschijnlijk al veel minder brandstof dan andere lucht-, land-, en zeesystemen. Nieuwe technieken en betere hydrodynamische ontwerpen maken het mogelijk om nieuwe onderzeeboten nog energie-efficiënter te maken dan de Walrusklasse. Gelet op ambities van de OES ligt investeren in nieuwe energie-efficiënte onderzeeboten dan ook voor de hand.”
Hij vervolgt:“ Onderzeeboten hebben van oudsher een elektrische voortstuwing. Ze zijn daarom bij uitstek geschikt om gebruik te maken van de enorme ontwikkelingen op het gebied van elektrificatie en elektrisch rijden. Nieuwe energieopwekking, distributiesystemen, vermogenselektronica, elektromotoren en batterijsystemen maken een stormachtige groei door. Door het vervangen van de traditionele loodzuurbatterijen door moderne energieopslagsystemen kan met minder energie de snuivertijd worden verkort en de boot langer onder water blijven. De compacte, gesloten en industriële opzet maken onderzeeboten bovendien erg geschikt om allerlei nieuwe technieken toe te passen om efficiënter te koelen, te verwarmen en de restwarmte te hergebruiken.”
“ Op het in 2016 in Den Haag gehouden Planetary Security Initiative betoogde de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, dat veiligheid niet kan bestaan zonder klimaatveiligheid. Het gebruik van duurzame biobrandstoffen door Defensie kan daaraan bijdragen. Biobrandstoffen zijn met mogelijk enige aanpassingen in het ontwerp van onderzeeboten waarschijnlijk ook daar goed toepasbaar. Voor het vinden van oplossingen is de kennis van de kennisinstituten nodig en de innovatie van het bedrijfsleven. Een sterke relatie met industrie en kennisinstituten is voor Defensie dan ook essentieel,” aldus Hendriks Vettehen.
Riekelt Pasterkamp is als freelancejournalist gespecialiseerd in defensie en veiligheid. Hij werkte ruim 20 jaar in de dagbladjournalistiek en heeft zijn eigen mediabedrijf TekstPast.
|
MARINE MAGAZINE
39
|