MAASTRO clinic | een eeuw radiotherapie in Limburg | Page 69
F. de Wever
Frans de Wever (1869-1940) werd in Nuth geboren als
zoon van een apotheker. Hij volgde het gymnasium in
Rolduc en ging geneeskunde studeren aan de universiteit
van Amsterdam. Op 27-jarige leeftijd vestigde zich als
huisarts in Heerlen als opvolger van Karel Wenckebach,
de later fameus geworden hoogleraar, röntgenoloog
en cardioloog. De dichtstbijzijnde ziekenhuizen waren
die van Maastricht en Aken waardoor hij, vanwege de
Dokter De Wever.
afstand, gedwongen was de geneeskunde in de volle
(Atrium MC, Heerlen,
historisch fotoarchief )
breedte uit te oefenen. Het was de begintijd van de
mijnen. Door de vele ongelukken die er plaatsvonden werd het gemis
van een eigen ziekenhuis bijna dagelijks gevoeld. Daarom startte hij een
krachtige lobby voor zo’n ziekenhuis, dat er kwam. Binnen enkele jaren
was er al meer capaciteit nodig en moest er een groter ziekenhuis komen.
Ook dat werd gerealiseerd en De Wever financierde toen zelf mee. Behalve
aan de interne geneeskunde, verloskunde en röntgenologie gaf hij ook
leiding aan het ‘Zander-instituut’ dat in het ziekenhuis was gevestigd.
Dit was een soort afdeling fysiotherapie en revalidatie. Hier waren
allerlei toestellen opgesteld die bedoeld waren om patiënten na een
operatie door oefening snel weer in een goede conditie te brengen. Ook in
elektrische baden en hete lucht-behandeling was voorzien.
De Wever had een enorme werkkracht en hield zich, naast zijn dagelijks
Ingezonden brief in het Limburgs Dagblad, d.d. 2 januari 1914, waarin de aanschaf
van nieuwe röntgentoestellen in zowel Maastricht als Heerlen wordt gehekeld en een
concurrentiestrijd op kosten van de belastingbetaler genoemd wordt. (RHCL, archief Burgerlijk
Armbestuur, inv. nr. 4045)
werk, goed op de hoogte van de wetenschappelijke ontwikkelingen.
Hij bezocht veel, ook internationale, congressen en wetenschappelijke
vergaderingen. Daarnaast was hij maatschappelijk actief binnen de regio,
in het Algemeen Ziekenfonds voor de Mijnstreek en in de Nederlandsche
Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (NMG).
De röntgenologie was echter zijn dagelijks werk en tot 1937 is hij
hoofd van de röntgeninrichting gebleven. Hij zal zich in de begintijd te
weinig hebben beschermd tegen de schadelijke stralen, wat zijn gestel
waarschijnlijk heeft aangetast. Drie jaar voor zijn dood openbaarden zich
de eerste symptomen van krachteloosheid en bloedarmoede. Hieraan
Röntgenkamer in het ziekenhuis Calvariënberg in 1920. In het midden van de kamer
staat een z.g. Wenckebach statief. Dat is een universeel doorlichtstatief. Rechts op de foto is
een Coolidgebuis zichtbaar met daaronder een compressie conus en een Bucky-Potter grid.
Op de achtergrond links zijn meerdere reserve röntgenbuizen zichtbaar. De Coolidgebuis is
waarschijnlijk ook voor therapie gebruikt. Let op de vele losse hoogspanningsdraden in de
kamer. (RHCL, Maastricht, fotocollectie)
overleed hij uiteindelijk. Hij heeft mogelijk dus zijn enthousiasme voor de
röntgenologie met de dood moeten bekopen. In 1939 werd hij opgevolgd
door de röntgenoloog J. Th. Twaalfhoven, die eerst in Groningen en daarna
in Wenen bij Holzknecht was opgeleid.
67