Leven is COMMUNICEREN is Leven De Wetten Voor Goede Communicatie | Page 132

Die gevoelens worden niet door de andere persoon veroorzaakt, maar door de keuze van oren... Wat hoor ik wanneer iemand mij beledigt? Ik hoor wat in hem leeft: hoe hij zich voelt en welke zijn behoeftes zijn. Dat is een mooie boodschap, die mij vertelt hoe de andere persoon zich voelt. Ik hoor niet wat IK ben, ik hoor wat de ander voelt en welke zijn onvervulde behoeftes zijn. Als je zo luistert, hoor je nooit kritiek, hoor je nooit een "neen", je hoort nooit "ik wil niet". Je hoort ook geen stilte. Want zelfs al zegt iemand niets meer, je hoort wat in iemand omgaat, waaruit de stilte voortvloeit. Straks zullen we zien hoe we deze manier van luisteren kunnen gebruiken. Laat ons nu het effect zien van ‘Amtssprache’: de diensttaal, de taal van de bureaucratie. Tijdens zijn proces voor oorlogsmisdaden in Jeruzalem, werd aan Eichmann gevraagd of het moeilijk voor hem was om duizenden mensen de dood in te sturen. "Het was gemakkelijk”, antwoordde hij: “Onze taal maakte het gemakkelijk". De ondervrager was gechoqueerd. Hij vroeg: "welke taal?" Eichmann antwoordde: "De taal die wij als schoolkinderen geleerd hebben en waarmee je de verantwoordelijkheid van je acties negeert, waardoor je je ook niet zo slecht voelt over wat je doet. Als iemand vraagt: waarom doe je dit, dan antwoord je: ik moet wel, ik word ertoe verplicht door mijn oversten.” Kan iemand een gevaarlijkere taal dan deze bedenken? Een taal die impliceert dat we geen keuzes hebben! Wij doen nooit iets wat we niet kiezen. Het is zeer gevaarlijk mensen te leren denken dat ze dingen moéten doen. Het is een perfecte strategie als je hen tot nazi’s wilt opvoeden, maar een tragische strategie als dat niet je doel is. Als ik dat tegen leraars of ouders vertel, hebben ze het daar moeilijk mee. Velen gebruiken die taal iedere dag. Ze zeggen hun kinderen voortdurend wat ze moeten doen, omdat ze denken dat dit hun werk als ouders is. Eén moeder verwoordde het zo: “Er zijn dingen die je moet doen, of je ze nu leuk vindt of niet en het is ons werk als ouders en leraren om de kinderen te leren wat ze moeten doen. Er zijn nu eenmaal dingen waar je geen keuze hebt." Ik vroeg haar zoiets te noemen. “Als ik vanavond thuiskom moet ik koken. Ik haat koken, maar ik doe het ieder avond sedert 20 jaar. Het is mijn plicht als moeder om voor mijn familie te koken, ik heb geen keuze." Ik antwoordde haar, dat ik het spijtig vond te horen dat iemand, al is het maar een keer, iets doet uit een "ik moet" visie, en dat ik hoopte dat ik haar kon bewust maken van haar keuzes. Ik ben gelukkig te kunnen meedelen dat ze een rappe studente was. Ze ging die avond naar huis en deelde haar familie mee dat ze niet meer ging koken. 132