Leven is COMMUNICEREN is Leven De Wetten Voor Goede Communicatie | Page 118

TIPS VOOR EEN GOEDE VOORDRACHT  Zorg dat je uitgerust bent.  Eet voor een voordracht matig of niet.  Verzorg je haar en kleding. GLIMLACH.  Wees Direct. Zeg niet "volgende punten tonen aan dat . .", maar wel: "U vraagt me welke bewijzen ik voor deze bewering heb? Daar heb ik goede bewijzen voor! En ik zal die nu noemen . . ."  Spreek alsof je antwoordt op een vraag die iemand je gesteld heeft.  Leg klemtoon op belangrijke woorden. Pauzeer even voor en na zo'n woord en spreek het wat trager uit dan de rest.  Verander de toonhoogte van je stem, varieer het spreektempo.  Vergeet je handen. Als je met je buur praat, denk je ook niet aan je handen. Als je hem zegt: "verlaat deze kamer!", zal je spontaan naar de deur wijzen. "Kom!", "zwijg!", "kijk!" gaan in een normaal gesprek eveneens automatisch met gebaren gepaard. Geen zin kan zo goed en levendig de idee van verrassing weergeven als het opensperren van de ogen en het optrekken de wenkbrauwen. Het optrekken van de schouders verliest al zijn waarde als je het in woorden wil uitdrukken, evenzo het tonen van lege handen. Gebruik die gebaren dan ook als je voor een gehoor spreekt!  Terwijl je geen gebaren maakt, mogen je handen gerust los naast je lichaam hangen. Voel je de behoefte een hand even in een broekzak te steken of je handen op je rug te houden, doe dat dan: het belangrijkste is dat je iets te vertellen hebt dat de moeite waard is, niet wat je met je handen doet!  Bedenk dat niets je meer aantrekkingskracht geeft dan de energie, de vitaliteit, levendigheid en enthousiasme die je uitstraalt. Als je blij bent dat je mag spreken, zullen de mensen blij zijn dat ze naar je kunnen luisteren! Loop de markt af en kijk welke kraampjes meest mensen lokken.  Maak het contact met je gehoor zo intiem mogelijk. Verklein de afstand, doe de mensen voorin komen zitten wanneer daar veel plaats vrij is. Probeer alleen op het podium te staan: jij wil de aandacht, niet het panel dat achter je rug zit te "vergaderen", niet de schilderijen.  Vermijd zittend te moeten praten; ga voor de mensen staan. MEER TIPS:  CIJFERS EN BEELDEN:  Zeg niet: “Deze stad heeft een oppervlakte van …”, maar zeg: “Deze stad is zo groot als Gent en Brussel samen.”  Zeg niet: “de jaarlijkse productie bedraagt” maar zeg: "elke minuut produceren we 1000 bouten”, of “elke dag maken wij twee paar sokken voor iedere man, vrouw en kind die in ons land wonen"  Zeg niet er staan 10.000 woningen, maar “moesten we alle 10.000 woningen die in deze stad staan op een rij zetten op een stuk grond van 10 meter breed, dan zou deze rij x km lang zijn, dat is van hier tot …” 118