Leven is COMMUNICEREN is Leven De Wetten Voor Goede Communicatie | Page 110
Op het einde maak ik een korte samenvatting om alles nog eens op een rijtje te zetten en de ander bewust te
maken van wat hij gezegd heeft. Hier ga ik voornamelijk de verandertaal benadrukken.
4. Motiverende gesprekken : 3e gesprek : Cirkel van invloed
Binnen deze sessie leg ik uit wat de cirkel van invloed wil zeggen. Dit doe ik aan de hand van voorbeelden.
We tekenen verschillende cirkels. Zo tekenen we er een met veel invloed en een met weinig invloed.
Opdat de ander de cirkel van invloed beter begrijpt, geef ik een voorbeeld van een situatie waarop ik wel
invloed heb en een waarop ik geen invloed heb. Hierna vraag ik hem zelf twee situaties te beschrijven. Dit
geeft me een idee over zijn gedrag in moeilijkere situaties.
De volgende opdracht die hij krijgt is nadenken over een metafoor rond de eigen persoon. Indien dit niet vlot
gaat, vraag ik eerst eigenschappen te geven over zichzelf. Deze kunnen we vervolgens linken aan een
voorwerp of dier. Het gevonden metafoor tekent hij in de binnenste cirkel. Dit wordt dan besproken om te
kijken hoe hij zichzelf inschat.
Ik maak hier ook zelf een metafoor, zodat er weer veiligheid geboden wordt. Omdat dit niet het eenvoudigste
gesprek is, vind ik het mijn taak om hier goed te begeleiden en te bevestigen. Zo zal ik complimenten geven
opdat hij nog meer zou durven zeggen.
5. Motiverende gesprekken : 4e gesprek: hoe zien anderen mij?
Voordat ik dit gesprek begin, vraag ik welke personen belangrijk zijn voor hem. Indien mogelijk vraag ik om
van deze personen enkele positieve en negatieve kenmerken aan te duiden op een lijst. Deze kenmerken
moeten echter wel van toepassing zijn op hem zelf. Ik stel ook zelf een lijst op.
Vervolgens bespreek ik dit samen met hem en observeer ik de lichaamstaal bij het vermelden van de
verschillende kenmerken. Ik vraag onmiddellijk bij elk kenmerk of hij hiermee akkoord gaat. Op deze manier
gaan we het lijstje af.
Hierna vraag ik bij welk positief en welk negatief kenmerk hij zich het best kan vinden. Ik vraag ook bij welke
twee hij zich het minst kan vinden. Vervolgens vraag ik of hij dit verwacht had. Bij elke vraag zal ik
doorvragen naar het gevoel dat dit teweeg brengt. Op deze manier schep ik verduidelijking.
Deze sessie heeft als doel hem te laten inzien dat anderen ook een mening hebben over hem. Hierbij gaan we
na of deze meningen gelijk zijn. Hij begint dan (on)bewust na te denken over zijn gedrag naar anderen toe. Dit
kan hem zowel bevestigen als confronteren. Hier is het dan interessant om te kijken hoe hij hierop reageert.
Accepteert hij deze gegevens of verwerpt hij deze eerder?
110