Het Verband 2014-3 | Page 14

14 FISCAAL EN SOCIAAL NIEUWS wordt de uitoefening te zijn van een bedrijvigheid die verzekeringsplichtig is in het sociaal statuut der zelfstandigen. Personen die benoemd waren als mandataris van een vennootschap en het mandaat uitoefenden, werden door het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering van Zelfstandigen hoe dan ook beschouwd als zelfstandigen. Het tweede vermoeden hield in dat personen die benoemd waren tot mandataris in een aan de Belgische vennootschapsbelasting of belasting der niet-inwoners onderworpen vennootschap of vereniging op onweerlegbare wijze vermoed werden in Belgiƫ een zelfstandige beroepsbezigheid uit te oefenen. Merk op dat dit vermoeden behoorlijk ruim is. Het volstond dat de persoon benoemd was tot mandataris. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat deze vermoedens zowel in de nationale als de Europese rechtspraak op heel wat kritiek stuitten. Het feit dat beide vermoedens onweerlegbaar waren, werd zowel in de nationale als de Europese rechtspraak beschouwd als on(grond)wettig. Vanaf 6 juni 2014 zijn deze twee onweerlegbare vermoedens dan ook vervangen door twee weerlegbare vermoedens. 2. Nu: twee weerlegbare vermoedens t.a.v. vennootschapsmandatarissen De twee onweerlegbare vermoedens werden door de wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid omgevormd tot twee weerlegbare vermoedens. Deze twee vermoedens luiden voortaan als volgt: - Personen die aangesteld zijn tot mandataris in een vereniging of vennootschap naar rechte of in feite die zich met de exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard bezighoudt of die, zonder aangesteld te zijn, een mandaat uitoefent in een dergelijke vereniging of vennootschap worden op weerlegbare wijze vermoed een zelfstandige beroepsbezigheid uit te oefenen. - Het tweede vermoeden heeft betrekking op de lokalisatie van de activiteiten van de mandataris. Voortaan worden de activiteiten van deze laatste op een weerlegbare wijze vermoed plaats te vinden in Belgiƫ. Een mandataris kan voortaan wel aantonen dat de beroepsbezigheden die verbonden zijn aan het mandaat niet uitgeoefend worden als zelfstandige. Het voordeel hiervan is dat de mandataris in dit geval niet verzekeringsplichtig is in het statuut der zelfstandigen. Met andere woorden, ook een werknemer die een mandaat uitoefent, moet zich voor wat dit man- 3DE KWARTAAL | 2014 daat betreft niet noodzakelijk meer aansluiten bij een sociaal verzekeringskas voor zelfstandigen op voorwaarde uiteraard dat hij het vermoeden kan weerleggen. 3. Hoe het vermoeden weerleggen? In de nieuwe wet is opgenomen dat de wijze waarop het vermoeden kan weerlegd worden door de Koning kan bepaald worden in een Koninklijk Besluit. De Koning heeft dit op heden reeds gedaan voor wat betreft het eerste vermoeden. De wijze waarop het eerste vermoeden kan weerlegd worden, werd aldus vastgelegd. Vanaf 1 juli 2014 kunnen vennootschapsmandatarissen het vermoeden weerleggen door aan te tonen dat hun mandaat kosteloos is. Mandatarissen zullen hiervoor het bewijs moeten leveren van de volgende elementen: - er moet niet enkel aangetoond worden dat het mandaat geen inkomsten oplevert maar ook dat het mandaat geen inkomsten kan opleveren; - dat het mandaat geen inkomsten kan opleveren, kan enkel aangetoond worden door een statutaire bepaling of bij gebreke daaraan door een beslissing van het vennootschapsorgaan dat bevoegd is om de vergoedingen van de mandatarissen vast te stellen; - deze statutaire bepaling of beslissing kan ten vroegste uitwerking hebben vanaf de twaalfde maand die voorafgaat aan de maand van de publicatie in het Belgisch Staatsblad of de maand waarin de statutaire bepaling of beslissing is meegedeeld aan de sociale verzekeringskas waarbij de mandataris is aangesloten, of bij gebreke aan aansluiting aan het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen; - de vennootschap mag geen bijdragen of premies storten voor de opbouw van een aanvullend pensioen van de mandataris; Zodra u als mandataris deze elementen kan aantonen, worden uw activiteiten als mandataris niet langer beschouwd als activiteiten in het kader van een zelfstandige beroepsbezigheid en bent u niet verzekeringsplichtig in het sociaal statuut der zelfstandigen. 4. Gevolgen van deze wetwijziging Een belangrijk gegeven om te vermelden is dat het de mandataris zelf is die het vermoeden moet weerleggen. Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen of de sociale verzekeringskas kunnen het vermoeden niet ambtshalve weerleggen. De gewijzigde bepalingen bieden een mandataris dan ook meer rechtszekerheid. Een mandataris weet voortaan