Na een verkwikkende nacht en een stevig ontbijt in B & B De Molenhoeve sta ik met frisse benen aan het infokantoor in’ s-Gravenvoeren. Een toeristisch bord meldt trots dat de Voerstreek de grootste dassenpopulatie van Vlaanderen telt. Frank, een vriendelijke voorbijganger, heet me welkom in zijn regio en vertelt dat er elk jaar meer dassen bijkomen.“ Dás goed nieuws”, zeg ik met een monkellachje. Frank zijn − nou ja − frank valt niet. Misschien is het nog iets te vroeg voor woordmopjes.
Rechtlijnig, krachtig en sober Eens kijken of ze in Nederland wel al wakker zijn. Eijsden ligt een paar kilometer oostwaarts. Ik rij via Mesch de grens over en passeer in Mariadorp een opvallend voorbeeld van naoorlogse kerkarchitectuur. Rechtlijnig, krachtig en sober.“ Je bent net door Mesch gefietst?” vraagt een wandelaar die me spontaan aanspreekt. Ik knik. Theo blijkt een soort wandelende encyclopedie te zijn.“ Wel, Mesch was het eerste dorp dat bevrijd werd na de Tweede Wereldoorlog. Je zal her en der nog wel sporen van die oorlogstijd tegenkomen.” Er volgt een uitvoerige uitleg over het Ardennenoffensief − zó uitvoerig dat ik hem er voorzichtig op wijs dat een overzetboot op me ligt te wachten.
In Eijsden steek ik voor anderhalve euro de Maas over die me naar een groene oase brengt. Voorbijkomende wandelaars en fietsers knikken gedwee gedag. De ene met een“ Hoi hoi”, de andere met een“ Bonjour”. Gezwind en goedgezind fiets ik langs Quai du Barrage, tot er plots een bunker opdoemt. Op zich niet zo bijzonder opvallend − de woorden van Theo indachtig − ware het niet dat het ding pal in iemands achtertuin staat. Wie woont hier en kijkt dagelijks op deze herinnering aan de Tweede Wereldoorlog? Michel, zo blijkt. Een guitige Waal die zich sinds vorig jaar eigenaar mag noemen van dit afgeleefde bouwwerk.“ Er speelden almaar meer kinderen uit de buurt in de bunker, maar ik vond dat te gevaarlijk. Dus heb ik hem dan maar gekocht en volgegooid met betonstukken.”“ Is jouw huis nu meer of net minder waard?” vraag ik.“ Ah, meer, tiens. De oppervlakte is groter.” In mijn hoofd flitst het beeld voorbij van die malloot in Rusland. Als hij helemaal gek wordt en zijn oorlogsgebied nog meer wil uitbreiden, zit Michel veilig in zijn achtertuin.
‘ BALANCEREND OP DE BELGISCH- NEDERLANDSE GRENS BAAN IK MIJ EEN WEG TUSSEN HEUVELACHTIGE WEIDES WAARIN HOLSTEINKOEIEN HUN TIJD WEGKAUWEN.’
32