De Gracieuse 1863 | Page 362

94 MODES.

Japon van solferino-taf met Etruskisch, in zwart opgewerkt patroon.

Cachemiren kanten mantel (Yak); een boordsel van wit pas-sement met kwasten, die achter langs de schouders neêrhangen, omgeeft het gladde stuk van dezen mantel en dekt het gerim-pelde aanvoegsel van het beneden-gedeelte.

Ombrelle van genuanceerd marabout-dons.

Gewone wandelkleeding. Wit taffen hoed met gekleur-den biais over de pas. De bavolet is van geborduurde tulle. Tot intérieur een strik van stroo met lussen van gelijke kleur als de biais.

Japon van groen mohair, gegarneerd met arabesken van groen taf en passement, strikken en kwasten.